Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Vaststelling tegemoetkoming kinderopvang

Onderdeel van Verordening Sociaal Medische Indicatie (SMI) Twenterand 2020

1. . Het college verstrekt, als de noodzaak voor kinderopvang is vastgesteld, een tegemoetkoming voor de kosten van kinderopvang. 2. . De tegemoetkoming wordt gebaseerd op de periode en het aantal uur per week waarvoor de kinderopvang op basis van sociaal-medische indicatie noodzakelijk is. 3. . Voor het maximale uurtarief van de kinderopvang wordt het door het Rijk jaarlijks vastgestelde tarief gehanteerd. Opvangkosten boven het maximum uurtarief komen niet voor tegemoetkoming in aanmerking. 4. . De tegemoetkoming wordt vastgesteld overeenkomstig de methodiek van de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst, rekening houdend met het toetsingsinkomen van de ouder en diens (eventuele) partner. 5. . De kosten waarvoor geen tegemoetkoming wordt verstrekt betreft de eigen bijdrage en komen voor rekening van de ouder. 6. . De ouder met een inkomen onder 110% van de bijstandsnorm is geen eigen bijdrage verschuldigd. Er is ook geen eigen bijdrage verschuldigd als er sprake is van een minnelijke dan wel wettelijke schuldregeling. 7. . De tegemoetkoming wordt bij de verlening meteen vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel