**1..** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
**2..** De burgemeester weigert de vergunning:
wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;
indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.
**3..** In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning weigeren:
indien voor de exploitatie of vestiging van een openbare inrichting tevens een vergunning op basis van de Drank- en Horecawet is vereist en deze vergunning niet is of kan worden verleend; of
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet in overeenstemming is met de ingediende aanvraag.
**4..** Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
zorginstelling;
museum; of
bedrijfskantine of -restaurant.
**5..** Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
**6..** De aanvraag om een exploitatievergunning voor een openbare inrichting waarvoor tevens een vergunning op basis van de Drank- en Horecawet is aangevraagd wordt aangehouden, zolang nog niet op de aanvraag Drank- en Horecawetvergunning is beslist.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Best 2020