Naar hoofdinhoud
Vooronderzoek NEN 5725 Het doel van het vooronderzoek NEN 5725 is om inzicht te krijgen in de eventuele aanwezigheid van (punt)verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Zonder een goed en gedegen vooronderzoek, is het niet mogelijk om een goede uitspraak te doen over een eventueel vervolgonderzoek. Ook is een vooronderzoek nodig voor een juiste interpretatie van de resultaten van een bodemonderzoek of de gegevens van een bodemkwaliteitskaart. De Regio hecht daarom veel waarde aan het correct uitvoeren van een vooronderzoek conform NEN 5725. Bij veel procedures wordt begonnen met een NEN 5725 vooronderzoek. De zwaarte van eventueel vervolgonderzoek is afhankelijk van de aanleiding en van de mate van verdenking van aanwezige bodemverontreiniging. Er zullen potentieel verdachte locaties zijn waarbij een verkennend bodemonderzoek kan aantonen dat de kwaliteit van de locatie toch blijkt aan te sluiten bij de te verwachten kwaliteit van de bodemkwaliteitskaart. De eerdere verdenking is dan onterecht. In dergelijke gevallen kan alsnog gebruik worden gemaakt van de aandachtsgebieden milieuhygiënische verklaring. In de paragrafen 2.3, 2.4 en 2.5 is voor elk spoor nader toegelicht wanneer de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel gebruikt kan worden. Bij grotere verharde oppervlaktes dient er in het vooronderzoek uitsluitsel gegeven te worden over de eventueel toegepaste funderingslaag onder de verharding en de eventuele asbestverdachtheid hiervan. Bij het ontbreken van voorinformatie hierover kan het noodzakelijk zijn om bijvoorbeeld profileringsboringen uit te voeren als aanvulling op het vooronderzoek. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op de BKK ontgravingskaarten zijn enkele gearceerde gebieden weergegeven in de gemeenten Roermond en Weert. Vanwege de heterogene bodemkwaliteit van deze gebieden in Roermond en de mogelijke aanwezigheid van zinkassen in Weert is enkel een vooronderzoek onvoldoende. Feitelijk bodemonderzoek conform NEN 5740 is hier altijd nodig. Indien een verkennend bodemonderzoek wordt gedaan dan kan dat onderzoek alleen maar worden gebruikt om aan te tonen of de grond voldoet aan de in de bodemkwaliteitskaart vastgestelde bodemkwaliteitsklasse. Het verkennend onderzoek heeft slechts een indicatief karakter. Wanneer de te ontgraven grond wordt onderzocht door middel van een partijkeuring dan geldt die keuring als een erkende milieuhygiënische verklaring. De partijkeuring bepaald dan de kwaliteit van de te ontgraven grond. In niet-gezoneerde gebieden moet een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd op de toepassingslocatie en moet een partijkeuring worden gedaan of een fabrikanteigen-verklaring worden overlegd van de toe te passen grond. De resultaten van het verkennend bodemonderzoek van de toepassingslocatie in combinatie met de functiekaart vormen de dubbele toets waaruit moet blijken of een gekeurde partij grond toepasbaar is binnen een niet gezoneerd gebied. Alleen bij schone grond die onderzocht is met een partijkeuring of fabrikant-eigenverklaring kan een verkennend bodemonderzoek van de toepassingslocatie achterwege blijven.

Rechtspraak bij dit artikel