Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:
cliënt verzoeker niet langer voldoet aan het bepaalde onder artikel 2, danwel één van de factoren genoemd in artikel 3 lid 4 onder a tot en met e een rol spelen;
het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
cliënt zijn beschikbare aflossingscapaciteit of vermogen niet wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden;
op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan cliënt is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
cliënt zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit de schuldhulpverlening, misdraagt;
cliënt in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van cliënt, niet (langer) passend is;
schuldeiser(s) hun medewerking aan een minnelijke schuldregeling weigeren of opzeggen;
faillissement van cliënt;
de voorwaarden zoals genoemd onder artikel 3 lid 5 of uit één van de overeenkomsten, gesloten in het kader van de schuldhulpverlening, niet zijn nagekomen;
cliënt is komen te overlijden;
er een WSNP-verklaring is afgegeven;
cliënt voor de tweede keer niet is verschenen op een afspraak zonder hierover vooraf te berichten;
cliënt zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen.
cliënt zich niet houdt aan de verplichtingen van artikel 6 en 7 van de wet.
Artikel 5
Beëindigingsgronden
Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Nijmegen 2021