Artikel 26, eerste lid, van de wet bepaalt dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van belastingen. De ontvanger verleent gehele of gedeeltelijke kwijtschelding als de belastingschuldige niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingaanslag te betalen. In het algemeen zal van buitengewoon bezwaar sprake zijn als de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd worden verwacht.
Niet voor alle belastingen is (volledige) kwijtschelding mogelijk. In de betreffende belastingverordening is opgenomen of en in welke mate kwijtschelding kan worden aangevraagd.
De kwijtscheldingsregels op basis van artikel 26 van de wet zijn vastgelegd in de regeling. In de artikelen 19a en 22a van de regeling zijn de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen in de belastingsfeer tot uitdrukking gebracht.
De gemeente maakt gebruik van de volgende (wettelijke) beleidskeuzes:
Overeenkomstig artikel 255, lid 4 Gemeentewet en art. 1 van het besluit Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen wordt voor de berekening van de kosten van bestaan, in afwijking in zoverre van artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, de in genoemd artikel vermelde percentages gesteld 100.
Overeenkomstig artikel 255, lid 4 Gemeentewet en art. 1a van het besluit Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen wordt voor de kosten van bestaan van de belastingschuldige en/of zijn partner die de pensioengerechtigde AOW-leeftijd heeft bereikt, in afwijking in zoverre van artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, gekoppeld aan de -AOW-normbedragen.
Overeenkomstig artikel 28, lid 1 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 zijn met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding verschuldigd door een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, de afdelingen 1, 2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing voor belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van dat bedrijf of beroep.
Bij de beoordeling van de betalingscapaciteit wordt geen rekening gehouden met de uitgaven van kinderopvang.
Aan een aansprakelijkgestelde kan geen kwijtschelding worden verleend. Wel kan hij op zijn verzoek worden ontslagen van de betalingsverplichting. In artikel 53, derde lid van de wet is bepaald dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven op grond waarvan de ontvanger de aansprakelijkgestelde geheel of gedeeltelijk van zijn betalingsverplichting kan ontslaan als deze niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar te betalen.
Als sprake is van een toekenning van kwijtschelding worden de kosten die inmiddels zijn ontstaan (bijv. aanmaningskosten, kosten van betekening van het dwangbevel en kosten van een beslagprocedure) niet kwijtgescholden en/of gecorrigeerd, tenzij het ontstaan van de kosten niet aan de belastingschuldige is te verwijten.
In aansluiting op artikel 26 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
algemene uitgangspunten van het kwijtscheldingsbeleid;
kwijtschelding van belastingen voor particulieren;
kwijtschelding van belastingen voor ondernemers;
administratief beroep;
voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding;
geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing van het verzoek om kwijtschelding;
geautomatiseerde kwijtschelding
Artikel 26