Als de betalingstermijn van een aanslag is gesteld op een maand of is gesteld op twee maanden, dan houdt dat in dat als de dagtekening van een aanslagbiljet valt op 31 oktober, de betalingstermijn van een maand vervalt op 30 november en de betalingstermijn van twee maanden vervalt op 31 december.
Als de dagtekening 28 februari is, dan vervalt de betalingstermijn van een maand op 31 maart en de betalingstermijn van twee maanden op 30 april, tenzij het jaartal aangeeft dat het een schrikkeljaar is, in welk geval de termijn vervalt op 28 maart dan wel 28 april.
Als de dagtekening van het aanslagbiljet valt op een andere dag dan de laatste dag van de kalendermaand, dan vervalt de termijn niet een maand later (bij een betalingstermijn van een maand), maar op de laatste dag van de volgende maand. Als de dagtekening bijvoorbeeld 15 februari is, dan vervalt de termijn dus op 31 maart.
Artikel 9.5.