**1..** Als een belanghebbende een taaltoets zoals bedoeld in artikel 18b, lid 2 van de Participatiewet verwijtbaar niet aflegt, wordt dit gekwalificeerd als zijnde schending van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17, lid 2 Participatiewet en wordt een verlaging, toegepast die overeenstemt met de verlagingen die zijn genoemd in de leden 9,10 en 11 van artikel 18b, lid 2 van de Participatiewet.
**2..** De verlagingen wegens het niet verschijnen bij/afleggen van de taaltoets zijn als volgt;
een verlaging van 20% van de bijstandsnorm gedurende maximaal 6 maanden in het geval voor de eerste keer de taaltoets niet is afgelegd;
een verlaging van 40% van de bijstandsnorm gedurende maximaal 6 maanden in het geval voor de tweede keer de taaltoets niet is afgelegd;
een verlaging van 100% van de bijstandsnorm van tenminste 3 maanden in het geval voorde derde keer of vaker de taaltoets niet is afgelegd.
**3..** Deze verlagingen worden per direct beëindigd vanaf het moment dat belanghebbende de taaltoets alsnog heeft afgelegd
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3
Artikel 15.
Niet afleggen van de taaltoets
Onderdeel van Handhavings- en Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Albrandswaard 2020