De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 14 en 16, wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie;
40% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie.
100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de vierde categorie.
Op verzoek van belanghebbende kan het college besluiten de verlaging onder sub d verspreid over 2 maanden van 50% en/of het college kan op basis van individuele omstandigheden besluiten om in afwijking van sub d van dit artikel de maatregelen te effectueren door gedurende twee maanden de uitkering met 50% te verrekenen.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3
Artikel 17.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Handhavings- en Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Albrandswaard 2020