De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 14 en 16, wordt vastgesteld op:
- - 10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie;
- - 20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie;
- - 40% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie.
- - 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de vierde categorie.
- - Op verzoek van belanghebbende kan het college besluiten de verlaging onder sub d verspreid over 2 maanden van 50% en/of het college kan op basis van individuele omstandigheden besluiten om in afwijking van sub d van dit artikel de maatregelen te effectueren door gedurende twee maanden de uitkering met 50% te verrekenen.