Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Definities Juridisch kader

Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet gemeente Utrecht

Voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs, Lijst I), artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, Lijst II), artikel 10a (verbod op voorbereidingshandelingen harddrugs) en artikel 11a (verbod op voorbereidingshandelingen softdrugs) Opiumwet, is in die wet artikel 13b opgenomen. Artikel 13b Opiumwet wordt in beginsel niet toegepast in het geval er alleen een kleine hoeveelheid drugs wordt aangetroffen bestemd voor eigen gebruik (softdrugs ≤ 5 gram, harddrugs ≤ 0,5 gram). Artikel 13b van de Opiumwet luidt als volgt: 1.. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf: een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is; een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen. Op 21 april 1999 werd het door wijziging van de Opiumwet mogelijk gemaakt dat de burgemeester een last onder bestuursdwang kan opleggen indien middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet in coffeeshops, cafés en andere voor het publiek toegankelijke lokalen en de daarbij behorende erven worden verkocht, afgeleverd of verstrekt, dan wel daartoe aanwezig zijn. Daarmee werd de rol die de burgemeester in de praktijk in feite reeds vervulde bij de handhaving van de Opiumwet ook wettelijk verankerd. Met de wijziging van artikel 13b van de Opiumwet per 1 november 2007 is de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang uitgebreid naar woningen en niet-publiek toegankelijke lokalen. Met de wijzing van artikel 13b van de Opiumwet per 1 januari 2019 is de bevoegdheid voor het opleggen van een last onder bestuursdwang verruimd met voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van artikel 10a, eerste lid, onder 3°, en/of 11a van de Opiumwet. Hiervan is sprake als er voorwerpen of stoffen voorhanden zijn die bestemd zijn voor onder meer de productie van en/of handel in soft- en/of harddrugs.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel