Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer belanghebbende een huurwoning of koopwoning/woonwagen bewoont waarvan de woonkosten hoger zijn dan het grensbedrag van de individuele huurtoeslag als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, kan er bijzondere bijstand in de woonkosten worden verstrekt, indien er sprake is van een uit bijzondere omstandigheden voortkomende noodzaak om de woning te bewonen. 2.. De hoogte van de toeslag wordt vastgesteld overeenkomstig de systematiek van de Wet op de huurtoeslag. Het meerdere boven het grensbedrag, zoals genoemd in het eerste lid, wordt volledig in aanmerking genomen bij de bepaling van de hoogte van de bijstandsverlening. 3.. De in het eerste lid bedoelde bijstand wordt voor maximaal zes maanden verstrekt. 4.. Bewoont de belanghebbende een huurwoning, dan wordt aan de verstrekking van de bijstand de voorwaarde verbonden dat hij zich maximaal inspant om binnen zes maanden na aanvang van deze bijstand naar woonruimte te verhuizen waarvoor aanspraak op huurtoeslag bestaat of waarvan de woonkosten uit het inkomen kunnen worden voldaan. 5.. Bewoont de belanghebbende een koopwoning/woonwagen, dan worden aan de verstrekking van de bijstand de volgende voorwaarden verbonden: Belanghebbende zet de woning/woonwagen zo spoedig mogelijk na aanvang van de bijstand via een erkende makelaar te koop tegen een marktconforme prijs, en Als de woning/woonwagen is verkocht, vraagt belanghebbende zo spoedig mogelijk een urgentieverklaring aan voor woonruimte waarvoor aanspraak op huurtoeslag bestaat of verhuist hij naar woonruimte waarvan de woonkosten uit het inkomen kunnen worden voldaan. 6.. Als belanghebbende na afloop van de termijn, waarvoor hem met toepassing van het derde lid bijstand is verleend, nog niet is verhuisd naar een andere woonruimte, maar wel de aan bijstandsverlening verbonden voorwaarden heeft nageleefd, kan de bijstand eenmalig voor de duur van maximaal drie maanden worden verlengd.

Rechtspraak bij dit artikel