Naar hoofdinhoud
1.. Het recht bedoeld in artikel 8 bedraagt per jaar: a. voor los- en laadbruggen € 16,85 per strekkende meter kademuur, met als minimum € 82,70 b. voor elke hijskraan met bijbehorende werken € 432,20 c. voor vergaarputten op bakken per stuk € 21,05 en voor daarbij behorende buisleidingen € 8,45 per strekkende meter, met een minimum voor de putten of bakken en buisleidingen tezamen van € 82,70 d. voor andere toestellen, werken of inrichtingen: indien de kaden of de gemeentelijke aanlegplaatsen tot geen grotere diepte dan 9 meter in gebruik worden genomen € 16,85 per vierkante meter met een minimum van € 82,70 en € 146,45 per strekkende meter kademuur met een minimum van € 749,65 bij ingebruikname van een grotere diepte dan 9 meter; e. voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn zijn aangebracht per vaartuig € 254,10 2.. Voor verplaatsbare toestellen is het in dit artikel bepaalde recht voor elk toestel slechts eenmaal per jaar verschuldigd. 3.. Bij de berekening van het verschuldigde bedrag worden gedeelten van een m², respectievelijk van een strekkende meter voor een hele m² respectievelijk hele strekkende meter gehouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel