Naar hoofdinhoud
Het college betaalt de subsidie in drie termijnen op de volgende wijze, bij wijze van voorschot: eerste termijn: 50% van de voor dat jaar begrote BIZ-bijdragen verminderd met de voor dat jaar begrote perceptiekosten, uiterlijk op 1 februari van het subsidiejaar; tweede termijn: 30% van de voor dat jaar begrote BIZ-bijdragen verminderd met de voor dat jaar begrote perceptiekosten, uiterlijk op 1 mei van het subsidiejaar; derde termijn: 20% van de voor dat jaar begrote BIZ-bijdragen verminderd met de voor dat jaar begrote perceptiekosten, uiterlijk op 31 december van het subsidiejaar. Als blijkt dat de bij voorschot uitbetaalde subsidie in enig jaar hoger is geweest dan de geinde BIZ-bijdragen verminderd met de voor dat jaar vastgestelde perceptiekosten, vordert het college de ten onrechte uitbetaalde subsidie terug en verrekent de ten onrechte betaalde subsidie met het voorschot in een volgend jaar. In het geval van bezwaar- en beroepsprocedures wordt betaling van die bedragen opgeschort tot het moment dat de aanslagen onherroepelijk zijn komen vast te staan.

Rechtspraak bij dit artikel