Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.6.

Zegen of plaag: hinder door dieren

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Alkmaar houdende regels omtrent het Beleid Dierenwelzijn 2020-2024

Een plaagdier is een dier met eigenschappen die door mensen als beschadigend of ongewenst wordt ervaren. Plaagdieren kunnen voor burgers hinderlijk en onhygiënisch zijn en zij kunnen een gevaar voor de volksgezondheid vormen. Daarnaast kunnen plaagdieren schade veroorzaken, zoals economische schade en afbreuk van het woongenot. De kanttekening hierbij is dat een dier in de ene omgeving als hinderlijk wordt gezien, terwijl het in een andere omgeving als nuttig wordt beschouwd. Hinder door dieren Er zijn dieren die hinder kunnen veroorzaken zoals ratten, muizen, wespen en kakkerlakken. Sinds enige tijd wordt ook overlast ervaren van eikenprocessierups, rivierkreeften en halsbandparkieten. Aan meeuwen wordt hieronder apart aandacht besteed. De gemeente heeft een wettelijke plicht om plaagdieren die een bedreiging voor de volksgezondheid en -veiligheid vormen te weren en te bestrijden. Hinder door plaagdieren wordt altijd bestreden, waarbij dit zoveel als mogelijk op natuur- en diervriendelijke wijze gebeurt met ook voldoende aandacht voor natuur- en diervriendelijke preventie. Daartoe volgt de gemeente nauwlettend de landelijke ontwikkelingen. De dierplaagbestrijdingsdienst adviseert Stadswerk 072 bij het aanpakken van plaagdieren. Hinder door plaagdieren neemt toe, waarbij vooral de meldingen over ratten toenemen. Tegelijkertijd is het niet meer mogelijk conform nieuwe wetgeving om ter bestrijding hiervan altijd gif te gebruiken. Stadswerk beoordeelt meldingen van hinder echter met het oogmerk: als de gezondheid dan wel de openbare veiligheid in gevaar is of dreigt dan wordt er ingegrepen. Bij de bestrijding maakt Stadswerk onderscheid tussen dierplaagbestrijding binnenshuis en buitenshuis. Binnenshuis gaat het vooral om kakkerlakken, oven- en zilvervisjes en voorraadinsecten. De gemeente heeft dan geen wettelijke rol en particulieren dienen dan zelf een dierplaagbestrijder in te schakelen. Daarnaast is er dierplaagbestrijding buitenshuis. Dan gaat het vooral om ratten, muizen, wespen en de eikenprocessierups. Hiervoor wordt veelal een gespecialiseerd bedrijf ingeschakeld. Op landelijk niveau worden methoden gezocht om via biodiversiteit en natuurlijke vijanden de eikenprocessierups te bestrijden. Alkmaar blijft onder andere via het landelijke kennisplatform eikenprocessierups op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen. Meeuwenhinder In Alkmaar wordt, net als in andere gemeenten, hinder ervaren van meeuwen zowel in woongebieden, werkgebieden (bedrijventerreinen) als recreatiegebieden (binnenstad/Waagplein). Tegelijkertijd zijn meeuwen beschermde diersoorten en is het niet mogelijk daar zonder ontheffing op grond van de Wet Natuurbescherming tegen op te treden. Zonder ontheffing mogen namelijk geen eieren van meeuwen met maisolie behandeld om te voorkomen dat kuikens levensvatbaar worden. De gemeente doet er alles aan om de hinder beheersbaar te houden. Dat gebeurt langs drie sporen: aanvraag (onderzoeks)ontheffing, bewustwording en communicatie en nader onderzoek naar de mogelijkheden van gedoogzone(s). (Onderzoeks)ontheffing De gemeenten Leiden, Haarlem en Alkmaar hebben vanaf 2017 een onderzoeksontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) gekregen van de Staatssecretaris van Economische Zaken. Deze ontheffing is geëindigd op 30 januari 2020. Uit de eindrapportage inzake de onderzoeksontheffing op grond van de Wet natuurbescherming komen samengevat de volgende conclusies naar voren: het uitvoeren van nestbeheer heeft op zijn minst een lokaal positief effect; verjaagmethodes op basis van apparatuur en schrikmethodes hebben geen meetbaar effect op broedende meeuwen en slechts een minimaal positief effect bij foeragerende meeuwen; de combinatie van preventieve maatregelen en nestbeheer heeft op zijn minst een lokaal positief effect; geïnterviewde bewoners uit Haarlem, Alkmaar en Leiden, geven vooral een “goed” en “matig” effect aan inzake de effectiviteit van de maatregelen; uit de enquête onder bewoners in Alkmaar naar uitgevoerd nestbeheer komt naar voren dat grotendeels een positief effect en in beperktere mate een matig effect wordt ondervonden; burgers en bedrijven blijven overlast ondervinden van meeuwen. Om lokaal een maximaal pakket van maatregelen toe te kunnen passen is een nieuwe ontheffing essentieel. Bestaande preventieve maatregelen kunnen dan maximaal worden ondersteund met methodes zoals nestbeheer. Omdat het verkrijgen van een nieuwe (onderzoeks)ontheffing voor het broedseizoen 2021 geen eenvoudige taak is, is nader ecologisch onderzoek van belang c.q. nodig. Om de slagingskans voor een ontheffing te vergroten, werkt de gemeente samen de gemeenten Den Haag, Rotterdam, Leiden, Katwijk, Haarlem en Zandvoort. Bewustwording en communicatie Er zal voorlichting gegeven (blijven) worden vanuit de gemeente en Stadswerk072. Een belangrijk aspect bij de voorlichting is dat de meeuwen niet uit de stad zullen verdwijnen, maar dat er maatregelen genomen kunnen worden om de hinder te verminderen. Zowel door de gemeente als door de burgers. Zo heeft de gemeente ondergrondse containers geplaatst. Hierdoor wordt het voedselaanbod voorkomen of beperkt. Aan inwoners wordt geadviseerd meeuwen niet te voeren. Dat proberen wij door middel van posters, folders en andere communicatiemiddelen duidelijk te maken. Er zullen borden en folders beschikbaar komen voor scholen en ondernemingen in de binnenstad, die hinder ondervinden. Ook zal er aandacht worden besteed aan voorlichting op scholen. Daarnaast wordt gecommuniceerd om meldingen van hinder van meeuwen op de website van Stadswerk 072 te doen. Deze meldingen kunnen wij ook gebruiken bij de aanvraag om een ontheffing. Gedoogzone(s) De gemeente wil ook nader onderzoeken of de meeuwenhinder beperkt kan worden door zogenaamde gedoogzone(s) voor meeuwen. Beleid: hinder door plaagdieren wordt altijd bestreden, waarbij dit zoveel als mogelijk op natuurvriendelijke wijze gebeurt Beleid: uitvoering meersporenbeleid meeuwenhinder

Rechtspraak bij dit artikel