1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld.
2. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde in het economisch verkeer.
3. De belasting bedraagt bij een heffingsmaatstaf van:
**a..** minder dan € 60.000: € 232,50;
**b..** € 60.000 of meer, doch minder dan € 100.000: € 455,80;
**c..** € 100.000 of meer, doch minder dan € 150.000: € 774,55;
**d..** € 150.000 of meer, doch minder dan € 200.000: € 1.161,80;
**e..** € 200.000 of meer: € 1.393,70.