1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de
aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2. Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee gelijke
termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
maanden later.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid moeten, indien een machtiging voor
automatische incasso is afgegeven, en zolang de verschuldigde bedragen via
automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslag(en) en bestuurlijke
boete(s) worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste
vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het
aanslagbiljet en de volgende termijn telkens een maand later.
4. In afwijking van het derde lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk
voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00.
5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden
gestelde termijnen.
Artikel 10
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2021