1. De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het
perceel wordt afgevoerd.
2. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters
leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het
belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of
opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij
die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand
gerekend.
3. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn
voorzien van een:
a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
afgelezen, of
b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste
capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid
opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
4. De op voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt
water wordt alleen verminderd met de hoeveelheid water die aantoonbaar niet als
afvalwater is afgevoerd indien sprake is van een bedrijf.
5. Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede, derde en vierde lid van dit artikel
niet bekend zijn, wordt het de hoeveelheid afgevoerd water door de in artikel 232,
vierde lid, onderdeel a van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op
basis van het waterverbruik van vergelijkbare huishoudens en bedrijven.
6. In afwijking van het tweede lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water van een
perceel in de categorie agrarisch bedrijf met dieren gesteld op het totaal van het
huishoudelijk afvalwater. Het huishoudelijk afvalwater wordt berekend op basis van
50 m3 per jaar per persoon woonachtig op het perceel. Voor de bepaling van het
aantal personen wordt uitgegaan van de situatie op 1 januari van het betreffende
belastingjaar.
7. In afwijking van het zesde lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water van een perceel
in de categorie melkveehouderij vermeerderd met 250 m³.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2021