**1..** Op basis van de risicoanalyse zoals bedoeld in artikel 2 lid 3, en na weging van belangen neemt de operationeel verantwoordelijke een besluit inzake de daadwerkelijke plaatsing van camera’s en monitoren, met een verplichte consultatie van de Functionaris Integriteit (FI), de Chief Information Security Officer (CISO), en de Functionaris Gegevensbescherming (FG). Hierbij wordt volgende afwegingskader gehanteerd:
Zichtbaar: Deze camera’s zijn voor alle betrokkenen zichtbaar.
Het cameratoezicht moet noodzakelijk zijn. Dat wil zeggen dat de werkgever het doel, bijvoorbeeld fraudebestrijding, niet op een andere manier kan bereiken. Is er geen andere mogelijkheid, die minder ingrijpend is voor de privacy? Dat moet de werkgever eerst nagaan.
De camera mag geen geluidsopnamen maken. Dit is voor het doel namelijk niet nodig.
Bij de plaatsing moet rekening gehouden worden met de privacy van de medewerkers en bezoekers.
De werknemers worden actief ingelicht, de camera’s zijn zichtbaar en er wordt ter plekke duidelijk op het cameratoezicht gewezen.
Verborgen: Niet toegestaan, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, waarbij de toelaatbaarheid bepaald wordt door het Wetboek van Strafrecht (bindend advies teamleider Juridische zaken), de AVG (bindend advies FG) en het Onderzoeksprotocol integriteit (bindend advies FI). Toestemming kan alleen gegeven worden door de Algemeen Directeur. Ook moet de gemeente hiervoor altijd een DPIA uitvoeren. Ook als het heimelijk cameratoezicht incidenteel is.
Artikel 4
- Plaatsing van de camera’s en monitoren
Onderdeel van Gemeente Heerlen - Uitwerkingsbesluit cameratoezicht gemeentelijke gebouwen