Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Definities

Onderdeel van Verordening begrafenisrechten 2021

In deze verordening wordt verstaan onder: begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaats(en) aan de Ninaberlaan, de Meester Ponsteenlaan en de natuurbegraafplaats “Het Kleine Blik”; graf: de ruimte waarin een lijk wordt begraven; particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het plaatsen en hebben van een gedenkteken op die ruimte; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as; algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; collectief graf: een voorziening op de begraafplaats die is ingericht voor de teraardebestelling van stoffelijke resten. De stoffelijke resten uit graven waarvan het grafrecht afloopt en niet opnieuw wordt verworven, worden overgebracht naar dit collectieve graf; asbus: een bus ter berging van as van één overledene; urn: een voorwerp ter berging van één of meerdere asbussen; particulier urnengraf/urnennis: een ruimte waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as. Dit recht wordt verleend voor een periode van maximaal 20 jaar; strooiveld: een aangewezen plaats waarop as wordt verstrooid; grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een (urnen-)graf; beheerder: de ambtenaar die belast is met de leiding op de begraafplaats of degene die hem vervangt; rechthebbende: de rechthebbende op een particulier graf/urnengraf/urnennis. De rechthebbende is de persoon die opdracht geeft tot het doen van aangifte van overlijden en bepaalt wie in het graf wordt begraven of geplaatst; verdiepen: bij het verdiepen van een graf worden alle stoffelijke resten (op alle diepten) uit dat graf verzameld en onder het graf geborgen, in een diepere laag (in de Wet op de lijkbezorging wordt hiervoor de term ‘schudden’ gehanteerd); ruimen: het vrijmaken van het graf van stoffelijke resten; grafbeplanting: winterharde beplanting, welke door de rechthebbende en/of de gemeente op een graf is aangebracht; gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen hekwerken en kettingen; directe begraving: islamitische begraving waar binnen 36 uur begraven moet worden; voorlopen: het in “gepaste” kleding begeleiden van de stoet naar het graf door twee medewerkers van de begraafplaats.

Rechtspraak bij dit artikel