Naar hoofdinhoud

Artikel 14.

Drempelbedrag

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Dantumadiel 2019

Aan de ouders, van een leerling die een basisschool zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, doch niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs , van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 26.550,- wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling het bedrag van € 560,- te boven gaan. Het bovenstaande bedrag wordt met ingang van 1 januari 2020 jaarlijks aangepast aan de consumentenprijsindex ‘totale bestedingen’, van het voorgaande jaar van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Indien bij ouders, van een leerling die een basisschool zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, doch niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, een drempelbedrag in rekening wordt gebracht geldt daarvoor het volgende: voor het eerste kind uit een gezin wordt het geldende drempelbedrag in rekening gebracht; voor het 2e kind uit een gezin wordt 2/3e van het geldende drempelbedrag in rekening gebracht; voor het 3e kind wordt 1/3e van het geldende drempelbedrag in rekening gebracht. Indien in een gezin meer dan 3 kinderen gebruik maken van een voorziening op basis van de verordening leerlingenvervoer, wordt voor 3 kinderen een drempelbedrag in rekening gebracht. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een basisschool bezoekt zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, doch niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand, als het inkomen van de aanvrager meer bedraagt dan € 26.550,- De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en derde lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 10 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. Het bedrag van € 26.550,- genoemd in het eerste en derde lid, wordt met ingang van 1 januari 2020 jaarlijks aangepast aan de wijziging dat het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt, in plaats van het eerste en derde lid genoemde bedrag van € 26.550,-. Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel