Het bestuur zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor:
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door het Bestuur vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren;
het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;
het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen;
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
Het Bestuur neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht:
het uitzetten van geldmiddelen gebeurt uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een AA-minus rating afgegeven door tenminste twee gezaghebbende ratingbureaus;
geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in tact is;
Het gebruik van derivaten is niet toegestaan;
voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan 1 jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd;
overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro.
Het bestuur belegt de uitvoering van de financieringsorganisatie bij Werkorganisatie CGM en mandateert deze gemeenschappelijke regeling.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Financieringsfunctie
Onderdeel van Financiële verordening GR Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel 2020