Naar hoofdinhoud
4.4.1 Aantal waarnemingen Er is per bodemkwaliteitszone geëvalueerd of het aantal meetgegevens toereikend is om de bodemkwaliteit voldoende nauwkeurig te kunnen vaststellen. In paragraaf 2.2.2 van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven, dat per bodemkwaliteitszone minimaal 20 meetgegevens verzameld moeten worden. Bovendien dienen de gegevens ruimtelijk voldoende gelijkmatig over de deelgebieden te zijn verdeeld. Tabel 4.3 geeft een overzicht van het aantal waarnemingen per deelgebied. Uit de tabel blijkt dat in elk deelgebied ruim wordt voldaan aan de minimumeis van 20 waarnemingen. Tabel 4.3Aantal waarnemingen per deelgebied Deelgebied Aantal PFAS-analyses Bovengrond 344-369 1) Ondergrond 138-210 1) 1) het aantal analyses verschilt per PFAS-verbinding Uit bijlage 4 waarin de locaties van de boringen op kaart zijn weergegeven, blijkt dat de waarnemingen voldoende ruimtelijk verspreid over de deelgebieden liggen. 4.4.2 Statistische parameters per deelgebied In bijlage 5 zijn per deelgebied per PFAS-verbinding de statistische parameters vermeld: aantal waarnemingen; gemiddelde gehalten; minimale en maximale gehalten; percentielwaarden (P80, P90 en P95). De PFAS-bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op de gemiddelde gehalten. Uit de bijlage blijkt dat de volgende PFAS-verbindingen in gehalten boven de rapportagegrens (P95 > 0,07) zijn aangetroffen: bovengrond: PFOS; PFOA; PFBA; ondergrond: PFOS; PFOA. De overige PFAS-verbindingen komen in minder dan 5% van de waarnemingen voor. Uit de ruimtelijke verdeling van de PFAS-gehalten blijkt dat de hogere gehalten verspreid over de regio voorkomen. Er is geen aanleiding om meerdere deelgebieden te onderscheiden.

Rechtspraak bij dit artikel