Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Introductie

Onderdeel van Beleidsregels Doorstroomvoorrang Castricum 2021

In artikel 7 lid 5 van de Huisvestingsverordening Castricum 2019 staat dat bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voorrang kan worden gegeven in het kader van doorstroming aan woningzoekenden die verhuizen naar een woning die beter passend voor hen is. In deze beleidsregels wordt het doel van deze bepaling (nader) toegelicht en is vermeld in welke situaties voorrang mogelijk is. Het aanbod van sociale huurwoningen is de afgelopen jaren gelijk gebleven, terwijl de vraag blijft toenemen. Daarbij veranderen huurders vaak niet van woning, terwijl het inkomen of de huishoudgrootte wél verandert. Bezien is hoe er kan worden gezorgd voor meer beweging op de sociale woningmarkt. Door de toenemende druk op de woningmarkt worden de wachttijden langer. Huurders die nu bijvoorbeeld te groot, te krap, te duur of juist te goedkoop wonen, worden hierdoor niet aangemoedigd of hebben door de lange wachttijd geen mogelijkheid om actief op zoek te gaan naar een woning die beter bij hen past. Door verschillende maatregelen kan de doorstroming gefaciliteerd worden. De doorstroomvoorrang geldt niet voor álle sociale-huurwoningen. Hierdoor blijven woningzoekenden zonder doorstroomvoorrang ook in aanmerking komen voor een sociale huurwoning. In het kader van doorstroming wordt maximaal 25% van de woningen die tot de doorstroomdoelgroep behoren geadverteerd met voorrang voor doorstromers. Om de doorstroming te faciliteren is voorrang mogelijk in drie situaties: bij nieuwbouw; in de bestaande voorraad als Van groot naar kleiner; in de bestaande voorraad als Van klein naar groter. Een woningzoekende vraagt bij de eigen corporatie (de huidige verhuurder) een doorstroomvoorrang aan. Als de voorrang wordt toegekend, wordt de datum van aanvraag de peildatum. De corporatie geeft in de inschrijving van de woningzoekende de soort voorrang aan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel