Naar hoofdinhoud
De aanvragen voor een standplaatsvergunning worden getoetst aan de APV, de daarop gebaseerde beleidsregels en aan de overige relevante wetgeving (zie hierboven). Zijn alle adviezen positief, dan verleent het college een standplaatsvergunning, vergezeld van een standaard pakket aan voorwaarden. Ook kan het college aanvullende voorwaarden van betrokken vakteams van de gemeente en van de politie aan de vergunning verbinden. Zijn door de betrokken vakteams van de gemeente en de politie negatieve adviezen uitgebracht dan is sprake van een voornemen tot weigering volgens de Algemene wet bestuursrecht en wordt contact opgenomen met de aanvrager. Blijven na dit contact de oordelen van de afdelingen negatief en wil of kan de aanvrager de aanvraag niet aanpassen, dan wijst het college de aanvraag af. Voor de vergunningverlening wordt gebruikgemaakt van een wachtlijststelsel. De volgorde van binnenkomst van de schriftelijke aanvragen (ontvangstdatum aanvraag) is hierbij bepalend. De ondernemer die het eerst op een locatie aanspraak maakt (ontvangstdatum aanvraag), heeft het zogeheten eerste recht voor de aangevraagde dagen. Een tweede ondernemer kan de overgebleven dagen opvullen, een derde de volgende etc..(indien mogelijk). Bovenstaande geldt op voorwaarde dat aanvrager voldoet aan de voorwaarden voor vergunningverlening en mits de brancheringslijst dit toelaat. Wanneer het aantal aanvragen het maximum aantal plaatsen overschrijdt worden de aanvragers, op volgorde van binnenkomst, op een wachtlijst geplaatst.

Rechtspraak bij dit artikel