Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Onderzoek

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Reimerswaal 2021

1. Ten behoeve van het onderzoek verschaffen de jeugdige of zijn ouders het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. 2. Het college kan, met instemming van de jeugdige of zijn ouders, informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts, en met deze in gesprek gaan over de problemen en de noodzakelijke hulp. 3. Als de jeugdige of zijn ouders een familiegroepsplan hebben opgesteld, betrekt de jeugdconsulent dat bij het onderzoek. 4. In het onderzoek is er aandacht voor: a. de behoeften, persoonskenmerken en wensen van de jeugdige en zijn ouders, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; b. de vraag of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen, en zo ja: I. welke problemen of stoornissen dat zijn en wie dat heeft vastgesteld (professionele indicatiestelling!); II. welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; III. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden, en IV. voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een algemene, andere voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning, hulp en zorg; c. indien er sprake is van meerdere problemen binnen het gezin, is een systeemanalyse van de problematiek en een overzicht van de verschillende voorzieningen die al in het gezin getroffen zijn, noodzakelijk. Beoordeeld wordt, zoveel mogelijk met de jeugdige en de ouders samen, welke problematiek als eerste aangepakt moet worden en hoe de toekenning van een individuele jeugdhulpvoorziening in voldoende mate kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen; d. beoordeeld wordt hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp in voldoende mate rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders. 5. De bevindingen uit het onderzoek worden vastgelegd in een verslag. De jeugdige of zijn ouders krijgen de mogelijkheid om binnen twee weken op het verslag te reageren door middel van het aanleveren van correcties en/of aanvullingen. Feitelijke onjuistheden worden aangepast, opmerkingen en meningen worden niet in het verslag opgenomen maar aan het verslag toegevoegd. 6. Een door de ouders ondertekend verslag kan gelden als een aanvraag. 7. Indien de aanvraag niet is ondertekend, krijgen de jeugdige en/of zijn ouders tot drie weken na het opstellen van het verslag de tijd om de aanvraag alsnog te ondertekenen. Inzien zij dan nog niet ondertekenen, kan het college de aanvraag buiten behandeling stellen.

Rechtspraak bij dit artikel