Deze verordening verstaat onder:
reclameobject: een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, logo’s, symbolen of kleuren, of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;
Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken;
waarde: de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet WOZ vastgestelde waarde;
vestiging:
de onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, of een deel daarvan, dat door één organisatie, instelling of bedrijf wordt gebruikt;
twee of meer onroerende zaken die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door één organisatie, instelling of bedrijf voor één doel worden gebruikt;
gebruiker: degene die aan het begin van het kalenderjaar de onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
exploitant: een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van reclameobjecten op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten;
jaar: een kalenderjaar;
tijdelijke aankondiging: aankondiging die blijkens het opschrift en/of de constructie bedoeld is om maximaal 13 weken ter plaatse te blijven;
bedrijf: een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal die deelneemt aan het economisch verkeer met het oogmerk om economisch voordeel respectievelijk winst te behalen;
volgtijdig gebruik: het kortstondig gebruik van een vestiging door wisselende gebruikers.