De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meerdere reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst.
In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid wordt, indien er ten aanzien van een vestiging geen gebruiker kan worden aangewezen, de reclamebelasting geheven van de eigenaar van de vestiging.
In afwijking in zoverre van het bepaalde in de voorgaande leden, wordt het ter beschikking stellen van een vestiging voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de vestiging ter beschikking heeft gesteld.
In afwijking in zoverre van het bepaalde in de voorgaande leden wordt de reclamebelasting voor een reclameobject, dat is aangebracht door tussenkomst van een exploitant, geheven van die exploitant.
In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van reclameobjecten, de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend.