Geen havengeld wordt geheven van:
Vaartuigen in directe dienst van het rijk, voor zover vrijstellingen krachtens wettelijke voorschriften moet worden verleend;
Hospitaalvaartuigen, indien daarop de in artikel 1 van het Traktaat van 21 december 1904 (goedgekeurd bij de Wet van 30 december 1905, Staatsblad 383), bedoelde vrijstelling van ten behoeve van de staat geheven havenrechten van toepassing is;
Roeiboten, behorende, bij vaartuigen, geen pleziervaartuigen of woonschepen zijnde, waarvoor havengeld geheven wordt;
Vaartuigen, die ten gevolge van ijsgang of andere weersomstandigheden gedwongen zijn langer dan veertien dagen in de haven te verblijven.
Vaartuigen welke niet langer dan drie achtereenvolgende uren gebruik maken van een speciaal daartoe door de havenmeester aan te wijzen ligplaats, mits deze tijd uitsluitend wordt benut om in de gemeente inkopen te doen of zaken te behandelen, niet laden of lossen en geen passagiers in- of ontschepen;
Vaartuigen in beheer van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland, welke zijn ingericht voor de brandbestrijding te water.
Vaartuigen met een geldig ‘Green Award certificaat’; om in aanmerking te komen voor deze vrijstelling moet bij binnenkomst in de haven worden aangegeven of het vaartuig over een Green Award Certificaat beschikt.