Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.5.2.

Artikel 3.71

Wijzigen of intrekken van de omgevingsvergunning

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Gouda

1.. Het college kan de omgevingsvergunning in ieder geval wijzigen of intrekken indien: de leidingexploitant niet binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de leidingvergunning de werkzaamheden als omschreven in de vergunning is begonnen; de leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de leiding gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 26 weken staakt dan wel de leiding anderszins gedurende een periode van tenminste 26 weken niet in gebruik is en niet onderhouden is; blijkt dat de leidingvergunning op basis van onjuiste of onvolledige gegevens is verleend; de leidingvergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven; de leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft; na het verlenen van de leidingvergunning naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de leidingvergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende leidingvergunning niet kan worden tegemoetgekomen; dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken. 2.. Eveneens kan het college met in achtneming van artikel 3.70 tweede lid een verleende omgevingsvergunning wijzigen of aanvullen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel