** 1. .** Het college kan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.26a verlenen indien:
een door het college vastgesteld vergunningen- of voertuigenplafond door verlening niet wordt overschreden;
als het ter gebruik aanbieden van de voertuigen geen:
gevaar oplevert voor de veiligheid van de gebruikers, de verkeersveiligheid of de doorstroming van het verkeer;
hinder veroorzaakt voor het woon- of leefklimaat;
een nadelige invloed heeft op het milieu;
onevenredig beslag legt op de openbare ruimte, of
afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte.
niet in strijd wordt gehandeld met het exploitatieplan van de vergunninghouder;
** 2. .** Het college kan een omgevingsvergunning deelvervoer wijzigen indien niet wordt voldaan aan de beoordelingsgronden van het eerste lid.
Hoofdstuk 3 › § 3.2.2.
Artikel 3.26b
Beoordelings-, intrekkings- en wijzigingsgronden
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Gouda