Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Weigeringsgronden

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Westerkwartier 2021

1.. De in de Algemene plaatselijke verordening gemeente Westerkwartier 2021 opgenomen weigeringsgronden voor een vergunning en voor een standplaatsvergunning. 2.. Een vaste standplaatsvergunning wordt tevens geweigerd indien en voor zover: het een andere locatie betreft dan die is aangewezen op grond van artikel 1; voor de aangevraagde dag al vergunning is verleend voor een andere vaste standplaats op die locatie, dit met uitzondering van de locaties waar meerdere standplaatsen zijn aangewezen; de aanvraag (mede) betrekking heeft op dagen en tijdstippen waarop een weekmarkt, een kermis, circus of evenement wordt gehouden of is vergund; de aanvraag (mede) een zondag betreft met uitzonderingen van de verkoop van artikelen waarvoor ook voor de reguliere verkoop de winkelsluitingstijden niet van toepassing is; de aanvraag betrekking heeft op meer dan twee dagen per week op één locatie; de aanvraag betrekking heeft op een periode langer dan drie jaar; de hoedanigheid of uitstraling van de kraam of het gebruik daarvan ruimtelijk en/of qua welstand onverenigbaar is met het aanzien of het gebruik van de onmiddellijke omgeving van de locatie. 3.. Een incidentele standplaatsvergunning wordt tevens geweigerd indien en voor zover: het een andere locatie betreft dan die is aangewezen op grond van artikel 1 en onvoldoende is gemotiveerd en aannemelijk gemaakt dat de aangewezen locaties voor het doel van de aanvrager niet volstaat, zinloos of anderszins ongewenst of onmogelijk zijn; het een locatie en een dag betreft waarvoor op de aangevraagde dag een vaste standplaatsvergunning is afgegeven; de locatie is gelegen: langs in- en uitvalswegen; langs wegen met vrij liggende fietspaden; binnen een afstand van 20 meter van een kruispunt; langs wegen die worden gebruikt door streekbussen en/of provinciale wegen; voetgangersstromen in onevenredige mate worden gehinderd; een onevenredige parkeer- of verkeersoverlast ontstaat; de afstand tot de woonbebouwing niet dusdanig groot is dat daardoor in onevenredige mate geuroverlast wordt veroorzaakt; een vaste of tijdelijke standplaats bij een monument is geprojecteerd en de standplaats afbreuk doet aan de uitstraling van het monument; op plaatsen met een (anderszins) een hoge verkeersdruk; de aanvraag een periode van langer dan 12 dagen betreft, behoudens voor zover het gaat om seizoenstandplaatsen of standplaatsen van kennelijk tijdelijke aard; de aanvraag een periode van meer dan 2 maanden betreft voor een seizoenstandplaats niet zijnde de verkoop van ijs; de aanvraag voor een seizoenstandplaats voor de verkoop van ijs anders dan liggende in de periode van 1 april tot 1 oktober; indien er al een incidentele standplaatsvergunning, met inachtneming voor het onder h. bepaalde, voor deze dag in deze dorpskern is afgegeven; er voor een seizoensgebonden standplaatsen voor deze dag en in deze dorpskern al twee seizoensgebonden vergunningen zijn afgegeven, met inachtneming voor het onder i. bepaalde; indien er voor seizoensgebonden standplaatsen voor deze dag en in deze dorpskern al een seizoensgebonden vergunning is afgegeven voor deze branche; de aanvraag een langere periode betreft dan verenigbaar met de aard van de voor standplaatsen van kennelijk tijdelijke aard; de aanwezigheid, hoedanigheid of uitstraling van de kraam of het gebruik daarvan ruimtelijk en/of qua welstand onverenigbaar is met het aanzien of het gebruik van de onmiddellijke omgeving van de locatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel