De Wmo 2015 kent een aantal wettelijke bepalingen over de manier waarop het college de procedure van melding, aanvraag en besluit moet inrichten. In de Wmo-verordening zijn de wettelijke bepalingen opgenomen en vertaald naar de Hattemse situatie. In dit hoofdstuk wordt de procedure nog iets gedetailleerder beschreven. Op deze manier kan de inwoner zien wat hij van de gemeente kan verwachten als hij behoefte heeft aan ondersteuning. In dit hoofdstuk wordt gesproken over het loket zorg & welzijn en niet over het college. De medewerkers van het loket zorg & welzijn handelen onder verantwoordelijkheid en vanuit de mandaten van het college.
Eigen kracht
Uitgangspunt is dat de inwoner als hij behoefte heeft aan maatschappelijke ondersteuning eerst kijkt wat hij zelf of zijn omgeving kan doen. Zonder een melding kan de inwoner ondersteuning zoeken bij informele of formele hulpverlening. Als de inwoner dat wil, kan hij altijd informatie en advies krijgen bij het loket zorg & welzijn.
Melding
Als een inwoner behoefte heeft aan maatschappelijke ondersteuning kan hij contact opnemen met het loket zorg & welzijn. In het kader van de Wmo wordt dit de melding genoemd. De melding is conform de verordening vormvrij en kan schriftelijk, telefonisch, digitaal of in persoon gedaan worden. Het loket zorg & welzijn legt de melding vast.
De melding kan door de inwoner zelf gedaan worden, maar ook namens de inwoner door diens partner, een vertegenwoordiger of gemachtigde. Wanneer een signaal wordt afgegeven door een zorgverlener zal altijd contact opgenomen worden met de inwoner of een vertegenwoordiger van de inwoner.
Het is mogelijk dat een inwoner alleen informatie en advies vraagt bij het loket zorg & welzijn. Dit is geen melding in de zin van de Wmo. Van een melding is sprake als de inwoner aangeeft dat hij behoefte heeft aan ondersteuning in zijn zelfredzaamheid of participatie.
Uitnodiging voor het Gesprek, persoonlijk plan en cliëntondersteuning
In overleg met de inwoner wordt een datum gepland voor het Gesprek. In de regel vindt dit gesprek bij de inwoner thuis plaats. Gevraagd wordt aan de inwoner welke personen er naar zijn mening aanwezig zouden moeten zijn bij het gesprek. De medewerker van het loket zorg & welzijn vraagt specifiek naar mantelzorgers. De inwoner wordt gewezen op de mogelijkheid om een persoonlijk plan voor te bereiden. De afspraak wordt door het loket zorg & welzijn schriftelijk bevestigd. Dit is tevens de schriftelijke bevestiging van de melding.
Persoonlijk plan
Bij het plannen van het Gesprek wordt de inwoner uitgenodigd een persoonlijk plan voor te bereiden. Een format kan de inwoner ondersteunen bij het opstellen van zijn persoonlijk plan. In ieder geval wordt de inwoner in de brief nogmaals schriftelijk geïnformeerd over de mogelijkheid om een persoonlijk plan in te dienen en wordt verwezen naar de gemeentelijke website, waar het format voor het persoonlijk plan ook te vinden is.
In het persoonlijk plan geeft de inwoner zijn problemen aan bij de zelfredzaamheid en participatie. Hij geeft aan op welke manier hij denkt dat de problemen opgelost kunnen worden. De inwoner is niet verplicht een persoonlijk plan aan het college te overhandigen. Wel is hij/zij verplicht om gegevens te overleggen die naar zijn oordeel van belang zijn voor het loket zorg & welzijn om de ondersteuningsvraag te kunnen behandelen.
Het persoonlijk plan is wel een verplichting als een inwoner kiest voor een persoonsgebonden budget (pgb) (zie ook hoofdstuk 3 Nadere bepalingen pgb).
Cliëntondersteuning
In de schriftelijke bevestiging van de afspraak voor het Gesprek wordt de inwoner gewezen op de mogelijkheid van kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning.
Cliëntondersteuning is onafhankelijke ondersteuning die bestaat uit informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen Deze cliëntondersteuning bestrijkt een breder terrein dan de Wmo.
Naast onafhankelijke cliëntondersteuning, waarvoor de gemeente Hattem Stichting MEE heeft gesubsidieerd, mag de inwoner zich laten ondersteunen door iemand naar eigen keuze. Dit kan een mantelzorger zijn, partner of familielid, maar ook een vrijwillige cliëntondersteuner. De eigen voorkeur van de inwoner staat voorop.
Onderzoek en het Gesprek
Het onderzoek naar de ondersteuningsvraag moet zo snel mogelijk plaatsvinden. Het moet in ieder geval binnen zes weken uitgevoerd zijn. Het is mogelijk om de onderzoekstermijn in overleg met de inwoner te verlengen. Het onderzoek start met het Gesprek. Dat voert een medewerker van het loket zorg & welzijn met de inwoner. Waar mogelijk worden mantelzorgers, huisgenoten of andere belangrijke personen uit het sociale netwerk betrokken bij het Gesprek. Ook kan een (onafhankelijke) cliëntondersteuner bij het Gesprek aanwezig zijn. Tijdens het Gesprek brengt het loket zorg & welzijn de volledige situatie van de inwoner in beeld en gaat hij na waar de problemen rond participatie en zelfredzaamheid zich voordoen. Het loket zorg & welzijn kan hierbij gebruik maken van de zelfredzaamheidsmatrix. Aanvullend op het Gesprek doet het loket zorg & welzijn onderzoek naar de door de inwoner overhandigde gegevens. Wanneer dit aan de orde is overlegt het loket zorg & welzijn (uitsluitend met toestemming van de inwoner) met artsen of hulpverleners die van de persoonlijke situatie van de inwoner op de hoogte zijn.
Extern (medisch) advies
Soms is de situatie van een inwoner zo complex dat de medewerker van het loket zorg & welzijn extra advies nodig heeft om samen met de inwoner een goed ondersteuningsplan op te stellen. Wanneer dit aan de orde is zal de medewerker zich (medisch) laten adviseren door de door de gemeente gecontracteerde adviseur.
Verslag; het ondersteuningsplan
Het verslag wordt in vorm van een ondersteuningsplan opgesteld. Hierin worden de onderzoeksresultaten verwoord.
Het ondersteuningsplan bevat een aantal onderdelen:
de bevindingen van het onderzoek. Dit bestaat uit:
een beknopte weergave van het Gesprek;
de uitkomst van het aanvullend opgevraagde (medische) advies;
andere zaken die tijdens het onderzoek aan de orde zijn gekomen.
de afspraken die gemaakt zijn samen met de inwoner over eigen kracht, ondersteuning vanuit het sociale netwerk en mantelzorg;
de adviezen aan de inwoner over het gebruik van gebruikelijke en algemene voorzieningen;
als dit aan de orde is: de aanvraag voor een maatwerkvoorziening.
De aanvraag voor een maatwerkvoorziening
Er is een aantal manieren om een aanvraag in te dienen voor een maatwerkvoorziening:
door het ondertekenen en opsturen van het ondersteuningsplan, waar de maatwerkvoorziening onderdeel van uitmaakt;
door het ondertekenen en opsturen van het ondersteuningsplan en op het ondersteuningsplan op te schrijven welke (andere) maatwerkvoorziening wordt aangevraagd. Dit kan dus een maatwerkvoorziening zijn die geen onderdeel uitmaakt van het ondersteuningsplan;
door het direct indienen van een aanvraag zonder Gesprek en onderzoek. Dit laatste kan alleen in overleg met het loket zorg & welzijn als de situatie van de inwoner al voldoende bekend is.
Een inwoner kan een aanvraag dus in de regel niet indienen voorafgaand aan het onderzoek. Dit kan alleen in overleg met het loket zorg & welzijn als de situatie van de inwoner al voldoende bekend is. Het loket zorg & welzijn heeft 6 weken de tijd voor het onderzoek. Als de inwoner na 6 weken, geen ondersteuningsplan heeft ontvangen, mag hij wel rechtstreeks een aanvraag voor een maatwerkvoorziening indienen.
Besluit
Als de aanvraag is binnengekomen heeft het college nog 2 weken de tijd om een besluit te nemen. Deze termijn geldt ook als er geen onderzoek en Gesprek heeft plaatsgevonden. Het is mogelijk om de beslistermijn op grond van de bepalingen uit de Awb op te schorten.
Bezwaar en beroep
Het college beslist op een aanvraag om een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Tegen dit besluit staan bezwaar en beroep open. Op het besluit wordt aangegeven hoe de inwoner bezwaar kan maken.
Artikel 2