Naar hoofdinhoud
De resultaten Het college verstrekt huishoudelijke hulp in de vorm van een maatwerkvoorziening om een bijdrage te leveren aan de volgende resultaten: het kunnen voeren van een gestructureerd huishouden. Aanvullend afwegingskader Huishoudelijke hulp Het afwegingskader zoals opgenomen in hoofdstuk 4 is van toepassing. Er zijn alleen aanvullende bepalingen opgenomen. Bij andere wettelijke voorzieningen moet gedacht worden aan de Wet langdurige zorg en de Wet arbeid en zorg. In sommige gevallen kunnen mensen in crisissituaties een beroep doen op thuiszorg vanuit de aanvullende zorgverzekering. Alle vormen van voor- en naschoolse opvang en kinderopvang zijn voorliggend op een voorziening vanuit de Wmo. Denk in dit kader ook aan ouderschapsverlof of zorgverlof. Zijn er vanuit het sociale netwerk familieleden, buren of vrienden die kinderen (tijdelijk) kunnen opvangen. Denk bij eigen mogelijkheden van de inwoner ook aan een particuliere hulp. Wanneer een inwoner voor het ontstaan van de beperkingen al een particuliere hulp had, bestaat er in de regel geen noodzaak om een voorziening op grond van de Wmo te treffen. Voor huishoudelijke taken zijn er diverse gebruikelijke oplossingen. Denk bijvoorbeeld aan een glazenwasser voor het reinigen van de buitenkant van de ramen. Het schoonhouden van de ramen buiten evenals andere ruimte buiten (tuin, balkon etc.) maken geen onderdeel uit van een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp. Er zijn ook vele technische, gebruikelijke oplossingen, zoals een (robot)stofzuiger, (af)wasmachine, wasdroger of magnetron. Het eventueel aanschaffen van deze voorzieningen wordt als voorliggend gezien ten opzichte van het inzetten van de maatwerkvoorziening. Boodschappen kunnen gedaan worden met gebruik van een boodschappendienst of met hulp uit het sociaal netwerk. Ten aanzien van de wasverzorging geldt, dat het de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner is om kleding aan te schaffen die strijkvrij is. Het strijken van linnengoed wordt zonder een medische indicatie niet noodzakelijk geacht. Voor het bereiden van de maaltijden is het gebruik van vriesversmaaltijden of andere vormen van kant-en-klaarmaaltijden voorliggend. Bij het gebruik van de broodmaaltijden wordt de inwoner gevraagd creatief te zijn en brood klaar te (laten) zetten, wanneer zijn belemmeringen hem beperken om deze maaltijden zelf te verzorgen. Het kiezen voor producten die gemakkelijk in het gebruik zijn is de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Redenen als 'niet gewend zijn om’ of ‘geen huishoudelijke werk willen en/of kunnen verrichten', leiden niet tot een indicatie voor huishoudelijke hulp. Basismodule: Schoon Huis In situaties waarin de inwoner beperkingen ervaart bij het voeren van een gestructureerd huishouden maar waarin de inwoner nog wel regie kan voeren, kan de basismodule Schoon Huis als maatwerkvoorziening ingezet worden. Het resultaat van de basismodule is het bereiken van een schoon en leefbaar huis. Dit betekent dat men gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, als slaapkamer in gebruik zijnde ruimtes, de keuken, sanitaire ruimtes en hal/trap. De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden om een basishygiëne te borgen waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Een leefbaar huis is opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen Het huis dient zodanig schoon te zijn dat het niet vervuilt en zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon huishouden wordt gerealiseerd. Dit wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoon gemaakt hoeven te worden. De inwoner die regie kan voeren over zijn huishouden is in de regel prima in staat om keuzes te maken ten aanzien van het schoonmaken en hierbij prioriteiten te stellen. In het Gesprek zal altijd eerst onderzocht worden wat de inwoner met beperkingen nog op eigen kracht of met behulp van gebruikelijke zorg, mantelzorg of het sociale netwerk kan uitvoeren op het gebied van het huishouden. Als blijkt dat met de inzet van deze hulp het resultaat een schoon en leerbaar huis niet behaald kan worden, dan kan de basismodule ingezet worden als aanvulling. De basismodule omvat het lichte en zware schoonmaakwerk. Hierbij zijn er taken te onderscheiden die wekelijks of tweewekelijks uitgevoerd moeten worden, maar ook taken met een incidenteel karakter. De taken welke onder de basismodule vallen zijn te vinden in bijlage I. Omvang basismodule Met de basismodule krijgt een inwoner de beschikking over 108 uren huishoudelijke hulp per jaar. Deze uren kunnen naar eigen inzicht gebruikt worden voor het realiseren van een schoon en leefbaar huis. In principe komt deze ondersteuning neer op gemiddeld 2 uur hulp per week. Een inwoner kan ervoor kiezen om meer of minder hulp per week in te zetten al naar gelang de ondersteuningsbehoefte. Deze behoefte kan van tijd tot tijd wisselen. De inwoner kan over de in te zetten hulp (welke taken en met welke frequentie) zelf afspraken maken met de zorgaanbieder. Daarbij dienen de inwoner en de zorgaanbieder goed bij te houden hoeveel uren er ingezet worden en dat het jaarbudget van 108 uren niet overschreden wordt. Doordat de inwoner naar eigen inzicht de hulp in kan zetten wordt er niet direct rekening gehouden met factoren die schoonmaakactiviteiten, schoonmaakfrequentie en schoonmaaktijd beïnvloeden. Deze factoren kunnen elkaar (gedeeltelijk) compenseren. De basismodule is geschikt voor een ‘gemiddelde cliëntsituatie’. Onder deze gemiddelde cliëntsituatie wordt verstaan: een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen; wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap; er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen; de inwoner kan de woning dagelijks op orde houden (bijvoorbeeld aanrecht afnemen, algemeen opruimen) zodat deze gereed is voor de schoonmaak; de inwoner heeft geen of verminderde mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd; er is geen ondersteuning van mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd of deze ondersteuning is niet in afdoende mate aanwezig; er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de inwoner die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn; de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk. Bij elke cliëntsituatie dient afgewogen te worden of andere kenmerken dan bovenstaand leiden tot extra vervuiling of vraagt om een extra niveau van schoon, waardoor meer inzet nodig is. Als er extra inzet noodzakelijk is kunnen er naast de basismodule mogelijk een of meerdere aanvullende modules verstrekt worden. Dit dient in het Gesprek nader bepaald te worden. Een aantal van deze factoren kunnen ook door de inwoner zelf beïnvloed worden. Hierbij valt te denken aan de inrichting en stoffering van de woning en de aanwezigheid van huisdieren. De gevolgen van deze factoren op omvang van de schoonmaaktaak en het zoeken naar oplossingen daarvoor behoren, in de eerste plaats, tot de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Als dit niet tot een afdoende oplossing leidt, dan is altijd een individuele afweging noodzakelijk als het gaat om extra inzet. Bijvoorbeeld: de aanwezigheid van huisdieren op zich leidt niet tot meer inzet. Alleen als er door de aanwezigheid van het huisdier meer schoongemaakt moet worden, kan eventueel extra hulp ingezet worden. De gehele situatie dient bij een dergelijke afweging in het oog gehouden te worden. Er kan wel extra vervuiling van een huisdier zijn, maar het huis is klein en snel schoon te maken waardoor extra inzet niet noodzakelijk hoeft te zijn. De eigen schoonmaakstandaard van een inwoner geldt niet als norm voor de inzet van huishoudelijke hulp. De inzet van de 108 uren huishoudelijke hulp per jaar is gebaseerd op het HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019. Dit normenkader is tot stand gekomen doordat de uitkomsten van een empirisch onderzoek uitgevoerd door KPMG Plexus en Bureau HHM in 2016, in een groot aantal gemeenten is getoetst aan het lokale situatie. Het normenkader uit het empirische onderzoek is in december 2018 door de Centrale Raad van Beroep beoordeeld als ‘objectief, onafhankelijk en deugdelijk’. De activiteiten en de frequentie waarmee de uren uitgevoerd moeten worden, zoals opgenomen in het normenkader zijn leidend voor de inzet van de huishoudelijke hulp. Zie bijlage I. Aanvullende modules Als tijdens het Gesprek of gedurende de inzet van de basismodule Schoon Huis blijkt dat de ingezette huishoudelijke hulp ontoereikend is, dan is het mogelijk om een of meerdere aanvullende modules te verstrekken. Ook voor specifieke situaties kan een aanvullende module ingezet worden. Met een aanvullende module krijgt de inwoner de beschikking over meer uren huishoudelijke hulp. Omvang aanvullende modules De omvang van de aanvullende modules wordt bepaald aan de hand van het overzicht in bijlage I. Deze bijlage is gebaseerd HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning uit 2019 (voor de module Plus) en de Wmo-richtlijn van het CIZ uit 2006 (voor de overige modules). Het betreft hier een richtlijn. De exacte omvang is altijd maatwerk en toegesneden op de specifieke situatie en eigen mogelijkheden van de inwoner. De aard van de ondersteuning, frequentie en intensiteit wordt afgestemd op het minimaal te behalen noodzakelijke resultaat. Hierbij is het uitgangspunt dat de ondersteuning via de goedkoopste en meest efficiënte wijze vorm krijgt. Bij het inzetten van de module Plus kan er sprake zijn invloedsfactoren van de inwoner, het huishouden en de woning waardoor er meer ondersteuning nodig is. Bij het inzetten van aanvullende modules dient er sprake te zijn van objectiveerbare (medische) beperkingen waardoor er meer ondersteuning nodig is. De volgende aanvullende modules kunnen ingezet worden: Module Plus Module wasverzorging; Module maaltijden; Module organisatie huishouden; Module verzorging van kinderen; Module aanleren huishouden; Module overgang AVHH (alleen geldig bij overgangsklanten per 01-01-2018; module vervalt per 31-12-2022). Module Plus Als gevolg van de beperkingen en belemmeringen van de inwoner kan extra ondersteuning noodzakelijk zijn. Denk aan: Extra schoonmaken, doordat er meer vervuiling optreedt of ter voorkoming van problemen voortkomend uit allergie, astma, longemfyseem, COPD. De samenstelling van het huishouden kan zorgen voor extra inzet. Als er sprake is van een tweepersoonshuishouden, is niet per se extra inzet nodig. Dit kan wel het geval zijn als beiden apart slapen en er een extra slaapkamer in gebruik is. Bij meerdere personen in een leefeenheid kan de inzet van gebruikelijke hulp ertoe leiden dat extra inzet niet noodzakelijk is, omdat men onderling de taken verdeeld. De benodigde extra inzet kan hierdoor beperkt of opgeheven worden. Zie hiervoor ook de passage over gebruikelijke hulp in hoofdstuk 4 van deze beleidsregels. Als uit de individuele afweging blijkt dat er extra inzet nodig is door de aanwezigheid van huisdieren, kan de extra tijd middels deze module ingezet worden. Hierbij geldt ook de notie over huisdieren zoals genoemd bij de omvang van de basismodule. In voorkomende gevallen dient overleg met de inwoner plaats te vinden over aantal of aard van de huisdieren en welke gevolgen hiervan wel of niet ‘voor rekening’ van de gemeente komen. De omvang van de woning kan, maar hoeft niet per se meer inzet te vragen. Bijvoorbeeld: een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimtes kan meer tijd vergen om stof te zuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd. Module wasverzorging Het resultaat van deze module is het beschikken over schone kleding en omvat het wassen, drogen en vouwen van kleding. Het aantal in te zetten uren wordt aangepast aan dat wat de inwoner zelf nog kan t.a.v. de wasverzorging. Daarbij wordt per situatie bekeken welke taken wel of niet uitgevoerd kunnen worden. Bijvoorbeeld het sorteren en het vullen van de wasmachine met kleding zijn veelal lichte werkzaamheden die meestal niet direct overgenomen hoeven te worden. Gaat het om beddengoed dan is dit vaak zwaarder en dient dit mogelijk wel overgenomen te worden. Ook het vouwen van kleding is een taak die veelal zittend uitgevoerd kan worden door de inwoner zelf. Is dit niet mogelijk, dan kan de taak overgenomen worden. Een wasdroger is een gebruikelijke voorziening en daarom voorliggend. Ook de aanwezigheid van een was-service is voorliggend op de inzet van deze module. Module maaltijden Onder deze module wordt verstaan het verzorgen van de broodmaaltijd en het opwarmen van de warme maaltijd. Zoals ook in het aanvullende afwegingskader opgenomen, bestaan er diverse voorliggende voorzieningen ten aanzien van het bereiden van de maaltijden. Deze mogelijkheden dienen als eerste benut te worden. Verder is er soms een samenloop met zorg vanuit de Zorgverzekeringswet mogelijk voor het bereiden en/of klaarzetten van de maaltijden. Ook deze optie dient benut te worden. Verder worden er voor deze taken zoveel mogelijk eigen oplossingen van de inwoner verwacht (benutten sociale netwerk, vrijwilligers etc.). In het voorkomende geval dat er geen mogelijkheden bestaan ten aanzien van het bereiden en/of klaarzetten van maaltijden, is het mogelijk om hiervoor de module maaltijden in te zetten. Het uitgangspunt voor het te behalen resultaat is dat indien nodig één keer per dag de broodmaaltijd wordt bereid en klaargezet (waarbij een tweede broodmaaltijd klaargezet kan worden in de koelkast) en één keer per dag een warme maaltijd wordt opgewarmd en/of klaargezet. Module organisatie huishouden In sommige situaties is het wenselijk een specifieke toegeruste professional in te zetten voor de uitvoering van de huishoudelijke hulp. Dit kan het geval zijn, wanneer er sprake is van ernstige psychiatrische, psycho-geriatrische of psychosociale problemen bij de inwoner. In deze situaties kan er sprake zijn van regieverlies van de inwoner waardoor overname van de organisatie van het huishouden op zijn plaats is. De hulp neemt naast de huishoudelijke taken ook de aansturende en regietaken ten aanzien van het huishouden over. De hulp heeft daarnaast ook een signalerende functie van ongewenste situaties of toenemende kwetsbaarheid bij de inwoner. Module verzorging van kinderen In situaties waarbij kinderen betrokken zijn kan het nodig zijn om direct huishoudelijke hulp in te zetten. Hiervan kan sprake zijn bij een combinatie van de volgende situaties: het tijdelijk bieden van opvang voor kinderen in crisissituaties en/of het overnemen van zorgtaken voor kinderen (wassen, kleden, maaltijden). Maar ook dan wordt eerst gekeken naar wat de inwoner zelf kan doen, met het sociale netwerk, gebruikelijke hulp, mantelzorg etc. Huishoudelijke hulp ten behoeve van opvang en verzorging van kinderen wordt altijd voor een beperkte duur ingezet (maximaal 3 maanden). Dit geeft het gezin de gelegenheid om te werken naar een structurele oplossing. De omvang van hulp wordt in deze gevallen gemaximeerd tot 40 uur per week totaal (inclusief eventuele begeleidingsuren). De maximale omvang wordt alleen verstrekt als er kinderen tot het gezin behoren die niet naar school (kunnen) gaan. De opvang tijdens de reguliere vakantieperiodes wordt voor schoolgaande kinderen onder alle omstandigheden gezien als gebruikelijk. Hier wordt geen (extra) huishoudelijke hulp voor geïndiceerd. Module aanleren huishouden In sommige gevallen kan het voorkomen dat een inwoner niet gewend is om huishoudelijke taken te verrichten, maar dat hij daar wel leerbaar in is. Binnen de module ‘aanleren huishouden’ kunnen aan de inwoner instructies worden gegeven voor het aanleren van vaardigheden op huishoudelijk gebied. Ook het aanleren van huishoudelijke vaardigheden aan de huisgenoot van de inwoner kan met deze module bereikt worden. Op basis van een concreet leerplan gaat een huishoudelijke professional samen met de inwoner aan de slag. Het stimuleren, samen opwerken en coachen maken hier onderdeel van uit. Het gaat hierbij altijd om een kortdurende inzet welke gestopt kan worden zodra de taken voldoende aangeleerd zijn. Ook middels de inzet van begeleiding individueel kan het huishouden aangeleerd worden. Dit laatste is alleen mogelijk als er ook andere begeleidingsdoelen aanwezig zijn. Bij alleen aanleren van huishoudelijke taken gaat de inzet van huishoudelijke hulp voor op de inzet van begeleiding individueel. Module overgang AVHH Tot 1 januari 2018 konden de inwoners van Hattem voor huishoudelijke hulp een beroep doen op de algemene voorziening hulp bij het huishouden (AVHH). Deze algemene voorziening is beëindigd, waarbij de zorg voor de inwoners veelal ongewijzigd kon worden overgezet naar een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp. Indien men bij de overgang niet voldoende had aan alleen de basismodule, dan kan deze aanvullende module ingezet worden. De module overgang AVHH kon alleen ingezet worden bij overgangscliënten die eind 2017 gebruik hebben gemaakt van de AVHH en per 1 januari 2018 over zijn gegaan naar de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp. De module is geldig gedurende de duur van de indicatie. De module overgang AVHH kan niet ingezet worden bij inwoners die na 1 januari 2018 huishoudelijke hulp toegekend krijgen. Deze module vervalt per 31-12-2022. Productbepaling Ook huishoudelijke hulp maakt deel uit van de regionale raamovereenkomst individuele voorzieningen/maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp/Wmo/MOBW regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe. Ook hiervoor gelden de producten uit het Zorgproductenboek. Het Zorgproductenboek is te vinden op de website www.zorgregiomijov.nl. Na de bepaling welke modules noodzakelijk zijn, dient bezien te worden middels welk product de hulp van deze modules ingezet kan worden. Er is sprake van twee producten: schoon huis (HH1) en regie op gestructureerd huishouden (HH2). Standaard wordt het product schoon huis (HH1) ingezet. Zodra het noodzakelijk is om een van de volgende modules in te zetten: module organisatie huishouden, module verzorging van kinderen of module aanleren huishouden, dan zal het product regie op gestructureerd huishouden (HH2) ingezet worden. Als deze modules in combinatie met de basismodule ingezet worden, dan wordt ook het te leveren product van de basismodule regie op gestructureerd huishouden (HH2). Duur van de maatwerkvoorziening De periode waarvoor een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp afgegeven wordt, wordt op de specifieke situatie van de inwoner afgestemd en bedraagt in de regel niet langer dan 5 jaar.

Rechtspraak bij dit artikel