Naar hoofdinhoud
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Bij tussentijdse beëindiging van de vergunning vindt geen verrekening van het betaalde bedrag plaats van het aantal nog lopende maanden/jaren van de vergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel