Naar hoofdinhoud
1.. De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van een in de toekomst liggende datum waarop de ouder, die behoort tot de doelgroep, noodzakelijkerwijs gebruik moet maken van de kinderopvang. De tegemoetkoming eindigt op het moment dat de ouder niet meer tot de doelgroep behoort of de kinderopvang niet meer plaatsvindt. 2.. Met terugwerkende kracht een tegemoetkoming toekennen is mogelijk, tot uiterlijk 3 maanden voor de datum dat de ouder te kennen heeft gegeven hiervoor in aanmerking te willen komen 3.. Niet ontvangen kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst als gevolg van het te laat aanvragen van die toeslag wordt niet gecompenseerd. 4.. Na beëindiging van het traject of de opleiding, zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a., kan het college van burgemeester en wethouders besluiten het recht op de tegemoetkoming nog maximaal drie maanden voort te laten duren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel