Naar hoofdinhoud
Voor het maken van een afweging kan gebruik worden gemaakt van het volgende afwegingskader. Figuur 1: afwegingskader ondersteuningsbehoefte Deze afwegingskader komt aan de orde nadat de ondersteuningsbehoefte is vastgesteld. Met behulp van de beslisboom kan de afweging wel of geen maatwerkvoorziening zorgvuldig worden gemaakt. 3.2.1 Eigen kracht en verantwoordelijkheid Het vertrekpunt van de Wmo 2015 is dat inwoners een eigen verantwoordelijkheid hebben voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven. De Wmo 2015 stelt dan ook dat van inwoners verwacht mag worden dat zij elkaar daarin bijstaan naar eigen kunnen. Het is wenselijk dat de eigen kracht van inwoners wordt verstrekt. Indien inwoners onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie aan de samenleving, kunnen zij een beroep doen op ondersteuning vanuit de overheid. Wanneer een inwoner beroep doet op ondersteuning, wordt zorgvuldig onderzocht in welke mate de inwoner in staat is om zijn belemmeringen zelf op te lossen. Tijdens het gesprek kan samen gezocht worden naar een geschikte oplossing, zodat mensen hun eigen kracht benutten en vergroten. Kan een cliënt bijvoorbeeld leren om anders om te gaan met de belemmeringen die hij ervaart? Of zijn er creatieve oplossingen mogelijk? Pas wanneer blijkt dat de eigen kracht of het sociale netwerk onvoldoende of ontoereikend is, wordt verder onderzocht of ondersteuning middels een maatwerkvoorziening nodig is. Eigen kracht kan ook betekenen zelf betalen. Het inkomen of vermogen van een cliënt mag echter geen reden zijn om een maatwerkvoorziening af te wijzen. Ook cliënten met een ruim inkomen of vermogen moeten de mogelijkheid hebben om een maatwerkvoorziening te ontvangen. Wel betalen cliënten een bijdrage in de kosten van de maatwerkvoorziening. Deze bijdrage wordt betaald zolang er gebruik wordt gemaakt van de voorziening en totdat de kostprijs van de voorziening is betaald. Tijdens het gesprek dient de cliënt goed geïnformeerd te worden over de financiële consequenties van een maatwerkvoorziening. 3.2.2 Algemeen gebruikelijke voorzieningen Eigen kracht kan ook betekenen dat iemand in staat is zelf een algemeen gebruikelijke voorziening aan te schaffen die voorziet in de ondersteuningsvraag. Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn voorzieningen die in principe voor iedereen beschikbaar zijn, ongeacht of iemand al dan niet een beperking heeft en die niet aanzienlijk duurder zijn dan voorzieningen met vergelijkbare functies. Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn voorliggend op een maatwerkvoorziening. Wat algemeen gebruikelijk is, wordt beïnvloed door maatschappelijke ontwikkelingen die aan veranderingen onderhevig zijn. Er is daarom geen complete lijst van algemeen gebruikelijke voorzieningen. Toch zijn er voorzieningen die vaak als algemeen gebruikelijk worden beschouwd: tandem (met uitzondering van een ouder-kind tandem); fiets met lage instap, ligfiets; spartamet/tandemmet; wandelstok; rollator; maaltijdservice; elektrische fiets/tandem (al dan niet met lage instap) voor een persoon van 16 jaar en ouder; bakfiets, fietskar, aanhangfiets; personenauto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn; auto-accessoires: airconditioning, stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten; cruise control, automaat hendelmengkranen; thermostatische kranen; keramische of inductie kookplaat; verhoogd toilet of toiletverhoger; tweede toilet/sanibroyeur; vervanging van stoffen meubels door glad meubilair Bij een aanvraag voor aanpassing van de badkamer of keuken wordt de leeftijd van de badkamer of keuken meegenomen. Dit omdat een renovatie van een keuken of badkamer van 20 jaar of ouder in principe als algemeen gebruikelijk wordt beschouwd; antislipvloer/coating; eenvoudige wandbeugels; zonwering (inclusief elektrische bediening); ophogen tuin/bestrating bij verzakking. Dit zijn voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen. Of een voorziening daadwerkelijk algemeen gebruikelijk is, hangt af van de situatie en omstandigheden. Er moet beoordeeld worden of de specifieke voorziening ook voor de cliënt in het concrete geval algemeen gebruikelijk is. Uit jurisprudentie blijkt dat bij die beoordeling een aantal criteria een rol kunnen spelen, zoals: Is de voorziening daadwerkelijk beschikbaar (verkrijgbaar en bruikbaar voor de cliënt)? Zou een gezonde persoon, ook gelet op de individuele omstandigheden van het geval, waaronder de leeftijd, over de voorziening beschikken? Biedt de algemeen gebruikelijke voorziening adequate compensatie voor de ondersteuningsbehoefte van de cliënt? Kan de cliënt de algemeen gebruikelijke voorziening betalen (financiële draagbaarheid)? 3.2.3 Gebruikelijke hulp Er wordt in principe geen maatwerkvoorziening verstrekt wanneer de belemmeringen van de aanvrager opgelost kunnen worden door inzet van gebruikelijke hulp. De wet definieert dit als hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Deze hulp vloeit voort uit de sociale relatie en doet een beroep op personen waarmee de cliënt die onvoldoende zelfredzaam is of onvoldoende kan participeren gezamenlijk een huishouden voert. Hierbij gaat het om normale dagelijks zorg, zoals taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, administratie, schoonmaken of bezoek aan familie, instanties of een arts. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die op basis van een familieband of op basis van een bewuste keuze één huishouden vormt met de persoon die beperkingen in zijn zelfredzaamheid of participatie ondervindt. Hulp van niet-inwonende kinderen is geen gebruikelijke hulp, zij maken immers geen deel uit van het gezamenlijke huishouden. Wel kan met hen besproken worden of ze vrijwillige hulp willen en kunnen verrichten. Met de cliënt en het sociale netwerk moet altijd besproken worden wat redelijk is in het kader van gebruikelijke hulp. Een zorgvuldige afweging is altijd vereist, met name in het geval van gebruikelijke hulp van een inwonend kind. Daarbij dient rekening gehouden te worden met wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht, met de ontwikkelingsfase van het specifieke kind en met het feitelijke vermogen en de veerkracht van het kind. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld het omgaan met leeftijdgenoten, het doen aan vrijetijdsbesteding en de schoolprestaties. Of er sprake is van gebruikelijke hulp is altijd maatwerk, waarbij rekening gehouden moet worden met de noodzaak tot ondersteuning en de specifieke omstandigheden van de aanvrager, zoals zijn persoonskenmerken en zijn gezinssituatie. Is er geen sprake van gebruikelijke hulp, dan wordt verder onderzocht of een maatwerkvoorziening nodig is. De Richtlijn indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden van de MO-Zaak (2011) wordt gebruikt als hulpmiddel om vast te stellen wat onder gebruikelijke hulp in het huishouden valt. 3.2.4 Informele ondersteuning Tijdens het gesprek met de cliënt wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om met behulp van mantelzorg of andere hulp uit het sociale netwerk de zelfredzaamheid of participatie te verbeteren. Het verlenen van mantelzorg overstijgt qua duur en intensiteit de normale gang van zaken. Deze hulp gaat verder dan gebruikelijke hulp en is niet afdwingbaar. Wel mag met de cliënt en zijn netwerk besproken worden wat het netwerk kan betekenen voor de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. Er is sprake van mantelzorg wanneer iemand hulp aan een naaste verleent ten behoeve van de zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet. De ondersteuning wordt verleend vanuit de persoonlijke band die mantelzorgers hebben met degene die zij ondersteunen en niet in het kader van een hulpverlenend beroep. Het gaat om ondersteuning die mensen langdurig en onbetaald verlenen. Als de zelfredzaamheid of participatie verbetert met behulp van inzet van mantelzorg of kortdurende hulp uit het sociale netwerk hoeft geen maatwerkvoorziening te worden verstrekt. Het kan ook voorkomen dat een mantelzorger overbelast raakt of dreigt te raken. Vanuit de gemeente en Dienst kan dan ondersteuning worden geboden. Steunpunten mantelzorg organiseren activiteiten en informatieve bijeenkomsten ter versterking van de mantelzorger. Daarnaast kan een maatwerkvoorziening worden verstrekt aan de cliënt met een beperking, zodat de mantelzorger indirect wordt ontlast. Op die manier kan de mantelzorger (tijdelijk) worden ontlast in een situatie van (dreigende) overbelasting. De balans tussen draagkracht en draaglast is daarbij van belang. Het doel van de ondersteuning is dat de overbelasting afneemt en de mantelzorg kan worden voortgezet. 3.2.5 Algemene voorzieningen Wanneer een inwoner zich meldt met een ondersteuningsbehoefte wordt onderzocht of een algemene voorziening een passende oplossing biedt. Een algemene voorziening is een aanbod van diensten of activiteiten dat toegankelijk is zonder indicatie en gericht is op het versterken van zelfredzaamheid, participatie of opvang. Een cliënt die naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke voor zijn ondersteuningsbehoefte gebruik kan maken van een algemene voorziening, komt niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening. Wel kan voor een andere ondersteuningsbehoefte een maatwerkvoorziening worden verstrekt naast een algemene voorziening. Bij het toetsen of een algemene voorziening een passende oplossing biedt voor de ondersteuningsbehoefte van de aanvrager is altijd van belang om te onderzoeken of de voorziening: daadwerkelijk beschikbaar is; door de belanghebbende financieel gedragen kan worden; adequate compensatie biedt. 3.2.6 Voorliggende wetgeving en voorzieningen Wetten zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz) en de Jeugdwet kunnen voorliggend zijn op ondersteuning vanuit de Wmo 2015. Dit kan reden zijn om een aanvraag voor een maatwerkvoorziening af te wijzen. De afbakening tussen deze verschillende wetten vloeit voort uit landelijke wet- en regelgeving. Hieronder wordt beschreven welke wetgeving en voorzieningen voorliggend kunnen zijn op de Wmo 2015. Wet langdurige zorg (Wlz) Op grond van art. 2.3.5 lid 6 Wmo 2015 kunnen aanvragen voor een Wmo-maatwerkvoorziening afgewezen worden indien de aanvrager aanspraak heeft op een Wlz-voorziening. Het kan ook voorkomen dat iemand weigert mee te werken aan het verkrijgen van een Wlz-indicatie. Mocht dit het geval zijn, terwijl het vermoeden bestaat dat de cliënt wel degelijk aanspraak heeft op de Wlz en dit ook in het belang van de cliënt zou zijn, dan kan een Wmo-maatwerkvoorziening worden geweigerd. Wanneer de cliënt wel een aanvraag doet op Wlz-ondersteuning, is het de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waadhoeke om passende ondersteuning te bieden tot het moment waarop de Wlz-indicatie wordt verzilverd. Er is ruimte voor maatwerk, al beschouwt de wetgever de Wlz wel als voorliggend op de Wmo 2015. Het recht op zorg vanuit de Wlz wordt vastgesteld door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Iemand heeft recht op zorg vanuit de Wlz wanneer die persoon vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan: permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel, of; 24 uur-zorg in de nabijheid, omdat de cliënt zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en om ernstig nadeel te voorkomen. Het kan hier gaan om cliënten die door fysieke problemen of zware regieproblemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg of taken nodig hebben. Wat wordt verstaan onder permanent toezicht en ernstig nadeel? Permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen (art. 3.2.1 lid 2 sub b Wlz). Ernstig nadeel: een situatie waarin de verzekerde (art. 3.2.1 lid 2 sub c Wlz): 1°. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten; 2°. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen; 3°. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen; 4°. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt. Er zijn situaties waarin iemand met een Wlz indicatie ondersteuning vanuit de Wmo 2015 ontvangt. Het kan hierbij gaan om inwoners die thuis gebruik maken van Wlz-zorg (pgb, modulair of volledig pakket thuis) of zorg ontvangen in een instelling (intramuraal). In de bijlage is te zien wanneer hier sprake van is. Zorgverzekeringswet (Zvw) De vraag of ondersteuning vanuit de Zvw of Wmo 2015 moet worden geboden, speelt vooral bij de persoonlijke verzorging. Persoonlijke verzorging wordt vanuit de Wmo 2015 geboden wanneer het gaat om begeleiding bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), zoals: in en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten/drinken, medicijnen innemen, ontspanning en sociaal contact. Het gaat hierbij dan ook om begeleiding bij deze taken in plaats van het daadwerkelijk overnemen van deze taken. Het gaat om cliënten die zichzelf wel kunnen wassen en aankleden, maar daartoe aangespoord moeten worden door de begeleider, omdat ze een regieprobleem hebben. Bij dit criterium komt het aansporen tot een handeling nadrukkelijk aan bod. Het gaat vaak om cliënten met een zintuigelijke of verstandelijke handicap of een psychiatrische aandoening. Een cliënt kan voor persoonlijke verzorging een beroep doen op de Zvw wanneer er behoefte is aan geneeskundige zorg of er sprake is van een hoog risico op die behoefte. Geneeskundige zorg omvat onder andere zorg die wordt geboden door huisartsen, medisch-specialisten, klinisch-psychologen, verloskundigen, zintuiglijk gehandicaptenzorg, zorg bij stoppen-met-rokenprogramma, geriatrische revalidatie en paramedische zorg. Kortom, in het onderzoek moet altijd gekeken worden of er een behoefte is aan geneeskundige zorg of het risico op die zorg hoog is. Jeugdwet Ondersteuning aan ouders kan zowel vanuit de Wmo 2015 als de Jeugdwet worden geboden. De centrale vraag hierbij is of het gaat om opvoedingsondersteuning of begeleiding bij het aanbrengen van structuur bij de ouder zelf. De opvoedingsondersteuning voor alle ouders, ook die van kinderen met een beperking, valt onder de Jeugdwet. Naast deze ondersteuning maakt de Jeugdwet ook medisch kinderdagverblijf, specialistische hulp thuis en tijdelijke opname mogelijk. Om de zelfredzaamheid van ouders te bevorderen kan in sommige gevallen Wmo-ondersteuning worden ingezet, naast de opvoedingsondersteuning vanuit de Jeugdwet. Kinderopvang Dit is een verantwoordelijkheid van ouders, de werkgever en de Rijksoverheid (Kinderopvangtoeslag). De kinderopvang is ook voor kinderen met een beperking voorliggend. Leidsters van een kinderopvang aanleren hoe om te gaan met een kind met beperkingen wordt gezien als gebruikelijke hulp van de ouder. Het is dus in principe aan de ouder om leidsters te informeren en eventueel te instrueren over hoe (niet) te handelen. Alleen in uitzonderlijke situaties is ondersteuning vanuit de Wmo 2015 mogelijk. Hier is sprake van wanneer extra begeleiding nodig is, die niet verwacht kan worden van leidsters en ouders. Arbeidsvoorzieningen In sommige gevallen is begeleiding bij arbeidsmatige activiteiten of aangepast werk mogelijk in het kader van de Ziektewet, WIA, Wajong of Wsw. Het uitgangspunt is dat pas wanneer dit niet kan, het mogelijk is om dagbesteding vanuit de Wmo 2015 aan te bieden. Wet publieke gezondheid (Wpg) Gemeenten hebben op grond van deze wet taken die veel raakvlakken hebben met de Wmo 2015. Hierbij gaat het om de jeugdgezondheidszorg, preventieve ouderengezondheidszorg, gezondheidsbevordering, epidemiologie en monitoring/advisering ten behoeve van gezondheidsrisico’s. Ook de relatie tussen gezondheid en soci-ale veiligheid krijgt in het kader van deze wet aandacht van gemeenten, zoals zorgvermijding. De GGD speelt in deze zaken altijd een (sleutel)rol.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel