Voor de maatwerkvoorzieningen die niet genoemd worden in lid 2 t/m 3 bedraagt de hoogte van de bijdrage voor een of meerdere voorzieningen tezamen het abonnementstarief van het in het in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 opgenomen tarief voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt tezamen.
De hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer is per rit gelijk aan het in de regio voor het reguliere openbaar vervoer geldende basistarief plus het kilometertarief vermenigvuldigd met het aantal gereisde kilometers.
De bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en opvang worden vastgesteld conform het uitvoeringsbesluit.
De hoogte van de bijdrage voor een hulpmiddel, woningaanpassing, de in lid 2 genoemde maatwerkvoorziening voor vervoer, overstijgt niet de kostprijs van de voorziening.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, lid 7 van de Wmo (opvang en beschermd wonen), worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of PGB door het CAK vastgesteld en geïnd.
In afwijking van de bepalingen in dit artikel kan een cliënt op grond van hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen bijdrage verschuldigd zijn.
Hoofdstuk 3.
Artikel 36.
Hoogte bijdrage in de kosten
Onderdeel van Integrale verordening Wmo en Jeugd 2021 gemeente Vlissingen