Jeugdigen of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag:
Binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan:
Gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk;
Bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen overbelasting oplevert en er ook geen financiële problemen in het gezin ontstaan als de hulp door de ouder wordt geboden;
Het aanspreken van een aanvullende verzekering als die is afgesloten.
Door gebruik te maken van een algemene voorziening, of;
Door gebruik te maken van een andere voorziening.
Voor dat deel van de belemmeringen dat de jeugdige of zijn ouders binnen de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen kunnen oplossen, hoeft geen individuele voorziening te worden verstrekt.
Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate en tijdig beschikbare voorziening.
Het college kent geen voorziening toe als het gaat om kosten die gemaakt zijn vóór de aanvraag. Gaat het om hulp die na de aanvraag en vóór de datum van het besluit is ingezet, dan verstrekt het college hier enkel een voorziening voor als het daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de algemene criteria, zoals genoemd in het eerste lid, waaronder de richtlijn gebruikelijke hulp of ter bepaling van specifieke criteria voor bepaalde individuele voorzieningen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 12.
Criteria voor individuele voorziening
Onderdeel van Integrale verordening Wmo en Jeugd 2021 gemeente Vlissingen