Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 15.

Regels voor persoonsgebonden budget

Onderdeel van Integrale verordening Wmo en Jeugd 2021 gemeente Vlissingen

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet en legt dit vast in een beschikking bedoeld als in artikel 14 van deze verordening. Als een jeugdige of zijn ouders in aanmerking komt voor een individuele voorziening, maar de ondersteuning wenst in te kopen door middel van een pgb, dient hij daartoe een budgetplan in volgens een door het college vastgesteld format. In het budgetplan is in ieder geval opgenomen: de motivering waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend en gewenst is; de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorzieningen en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; op welke wijze de kwaliteit van de jeugdhulp gewaarborgd is; de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in eenheden en tarief. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp, uitgezonderd ggz-behandeling, betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, mits deze persoon: meerderjarig is, en veilige, doelmatige en cliëntgerichtheid jeugdhulp verleent, die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of zijn ouders, en deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de jeugdige of ouders voor hem niet tot overbelasting leidt. Onder personen van het sociaal netwerk wordt verstaan: familie van de jeugdige of zijn ouders tot en met bloed –of aanverwantschap in de derde graad; andere betrokkenen bij het gezin, zoals vrienden, buren, studenten, collega’s. Een pgb dient door de jeugdige of zijn ouders binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. Gebeurt dit niet dan wordt de verordening ingetrokken. Het college kan nadere regels stellen over de aan een pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel