Een hulpvraag kan door of namens de cliënt vormvrij bij het college worden gemeld.
Het college bevestigt de ontvangst van de melding per mail of brief.
Het college onderzoekt met de degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding:
de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt;
welke belemmeringen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie;
welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de cliënt om voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren.
de mogelijkheden om op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen en opvang.
De factoren genoemd in artikel 2.3.2, vierde lid van de Wmo, maken in elk geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek.
Als de cliënt een persoonlijk plan heeft opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek.
De cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger verschaft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
De cliënt is verplicht om medewerking te verlenen aan het college voor de uitvoering van de Wmo, waaronder tevens wordt verstaan het verlenen van medewerking aan een onderzoek door een of meerdere deskundigen als het college dit noodzakelijk acht voor de uitvoering van deze wet.
Op basis van het onderzoek wordt een verslag gemaakt, in het format van het ondersteuningsplan.
Hoofdstuk 3.
Artikel 25.
Melding en onderzoek
Onderdeel van Integrale verordening Wmo en Jeugd 2021 gemeente Vlissingen