Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en legt dit vast in een beschikking bedoeld als in artikel 29 van deze verordening.
Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, maar de ondersteuning wenst in te kopen door middel van een pgb, dient hij daartoe een budgetplan in volgens een door het college vastgesteld format. In het budgetplan is in ieder geval opgenomen:
de motivering waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend en gewenst is;
de voorgenomen uitvoerder van de maatwerkvoorzieningen en de wijze waarop de ondersteuning georganiseerd wordt;
op welke wijze de kwaliteit van de ondersteuning gewaarborgd is;
de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in eenheden en tarief.
De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de ondersteuning betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, mits deze persoon:
meerderjarig is, en
veilige, doelmatige en cliëntgericht ondersteuning verleent, die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en
deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de cliënt voor hem niet tot overbelasting leidt.
Onder personen van het sociaal netwerk wordt verstaan:
familie van de cliënt tot en met bloed –of aanverwantschap in de derde graad;
andere betrokkenen waarmee hij een sociale relatie onderhoudt, zoals vrienden, buren, studenten, collega’s.
Een pgb dient door de cliënt binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.
Het college kan nadere regels stellen over de aan een pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 30.
Regels voor persoonsgebonden budget
Onderdeel van Integrale verordening Wmo en Jeugd 2021 gemeente Vlissingen