Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 37.

Voorkoming en bestrijding van ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet

Onderdeel van Integrale verordening Wmo en Jeugd 2021 gemeente Vlissingen

Het college informeert de cliënt, of dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Degene aan wie krachtens deze verordening een maatwerkvoorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening. Het college kan een besluit, aangaande een maatwerkvoorziening of pgb beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, of de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen, of de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten, of de cliënt niet voldoet aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het pgb, of de cliënt de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd. Als het college een besluit op grond van het tweede en/of derde lid heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb.

Rechtspraak bij dit artikel