Naar hoofdinhoud
1.. De loonwaardemeting wordt in de functie en de werksituatie beoordeelt waarvoor loonkostensubsidie wordt aangevraagd. 2.. De loonwaardemeting heeft als uitgangspunt; het geldende loon in arbeid naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep behoort. Uitgangspunten bij deze beoordeling zijn een gesprek met de werknemer, de werkgever, het werktempo, de kwaliteit en inzetbaarheid. 3.. Bij reguliere loonkostensubside wordt de frequentie van de loonwaardemeting afgestemd op de individuele omstandigheden van de werknemer en het perspectief op eventuele ontwikkelmogelijkheden. Hierbij wordt een flexibele termijn gehanteerd van maximaal eens per zes maanden en minimaal eens per vijf jaar. Als daartoe voldoende aanleiding is kan, zowel door de werkgever als de werknemer, een verzoek voor tussentijdse aanpassing van de loonwaarde en daarmee tevens de hoogte van de loonkostensubsidie worden ingediend. Een dergelijk verzoek wordt schriftelijk ingediend. 4.. Als bij de reguliere loonkostensubsidie een wijziging van de loonwaarde wordt vastgesteld vindt de aanpassing van de loonkostensubsidie plaats met ingang van de dag waarop de loonwaardemeting heeft plaatsgevonden. 5.. Bij de forfaitaire loonkostensubsidie vindt er uiterlijk binnen 6 maanden, na aanvang dienstbetrekking een loonwaardemeting plaats. Geeft die loonwaardemeting aanleiding om de hoogte van de loonkostensubsidie aan te passen dan vindt die aanpassing plaats met ingang van de 7e maand na aanvang dienstbetrekking.

Rechtspraak bij dit artikel