Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Melding

Onderdeel van Protocol meldingen calamiteiten en geweld

1.. Een melding van een calamiteit of van geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder bevat: de naam van de aanbieder en de naam en de functie van de contactpersoon; de dagtekening van de melding; een omschrijving van de calamiteit of van het geweld; de functie van de betrokken beroepskracht; de naam, de contactgegevens en de geboortedatum van de betrokken cliënt; een feitelijke omschrijving van de calamiteit of het geweld en de datum waarop deze heeft plaatsgehad; de functie van de personen, anders dan de betrokken cliënt, die bij de calamiteit waren betrokken, dan wel jegens wie het geweld is gepleegd en bij het geweld waren betrokken; een beknopte omschrijving van de acties die door of namens de aanbieder zijn en zullen worden ondernomen, en de termijn waarbinnen deze zullen plaatsvinden: om de calamiteit of het geweld te onderzoeken; ter beperking of tot bevordering van herstel van de gevolgen van de calamiteit of het geweld; om de cliënt, diens wettelijke vertegenwoordiger of diens nabestaanden in te lichten over de calamiteit of het geweld en de maatregelen die de aanbieder naar aanleiding daarvan neemt of zal nemen. In de melding van een calamiteit of het geweld wordt vermeld of die gebeurtenis vanwege een redelijk vermoeden van het plegen van een strafbaar feit ter kennis is of zal worden gebracht van het Openbaar Ministerie. De aanbieder verstrekt na de melding desgevraagd aan de toezichthouder alle gegevens die deze nodig heeft voor het onderzoeken van de melding.

Rechtspraak bij dit artikel