Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 850 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het inleidende verzoek wordt ingediend, zoals bedoeld in het tweede lid.
Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk zeven dagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken.
Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, woonplaats en geboortedatum.
Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen.
In aanvulling op het vierde lid worden ook digitale ondersteuningsverklaringen door de voorzitter van de raad beschikbaar gesteld op de gemeentelijke website. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen.
Als handtekening, zoals in het derde lid genoemd, van een dergelijke digitaal ingediende ondersteuningsverklaring, dient in dat geval de door de raad bepaalde authenticatiemethode(n) te worden gebruikt.
De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid.
De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd.
Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist.
Hoofdstuk 4
Artikel 5.
Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek
Onderdeel van Referendumverordening Nijmegen 2021