Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.6

Openbaar vervoer en ander bedrijfsmatig personenvervoer

Onderdeel van Besluit van de burgemeester van de gemeente Albrandswaard houdende regels omtrent het Handelingskader Tijdelijke wet maatregelen COVID-19

2.6.1Uitzondering op veiligeafstandsnorm, groepsvorming en max 30 in publieke binnenruimtes De veiligeafstandsnorm geldt niet voor personen in het openbaar vervoer en ander bedrijfsmatig personenvervoer, mits: het vervoer primair de verplaatsing van de ene naar de andere locatie behelst; en het vervoer geen recreatieve activiteit is. Bovendien gelden in het openbaar vervoer en ander bedrijfsmatig vervoer niet het verbod op groepsvorming boven dertig personen in besloten binnenruimten en de max van 30 personen per zelfstandige ruimte in een publieke binnenruimte. 2.6.2Mondkapjesplicht Op grond van artikel 58j, eerste lid, onder a, Wpg jo. artikel 6.6 Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19 geldt in het openbaar vervoer of ander bedrijfsmatig personenvervoer voor personen van dertien jaar en ouder de plicht om een mondkapje te dragen. Deze plicht geldt niet voor: leerlingen tijdens vervoer van en naar een instelling voor voortgezet onderwijs; personen tot en met zeventien jaar die deelnemen aan vervoer van en naar de locatie waar jongeren jeugdhulp ontvangen of zorglocaties voor jeugd; personen die het vervoer uitvoeren voor zover zij zich in een afgesloten ruimte bevinden ten opzichte van de passagiers; personen die vanwege een beperking of een ziekte geen mondkapje kunnen dragen; 7 In geval men een ziekte of beperking aanvoert, kan de burger of reiziger worden gevraagd dit aannemelijk te maken, bijvoorbeeld door een medische verklaring, tonen van medicijnen of anderszins op enigerlei wijze aannemelijk maken dat een uitzondering geldt. De verbalisant heeft de professionele ruimte om te beoordelen of er al dan niet terecht aanspraak wordt gemaakt op de uitzondering. begeleiders van personen met een verstandelijke beperking, voor zover deze personen van het door begeleiders dragen van een mondkapje ernstig ontregeld raken, en voor personen die spreken met iemand die vanwege een auditieve beperking moet kunnen spraakafzien; personen in ander bedrijfsmatig personenvervoer, indien in het voertuig maximaal twee personen aanwezig zijn; personen aan wie krachtens een wettelijke bepaling gevraagd wordt hun mondkapje af te zetten om zich te identificeren met een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, op het moment van identificatie; personen waarbij het dragen van een mondkapje de goede en veilige uitoefening van hun werkzaamheden in het kader van beroep of bedrijf onmogelijk maakt. Op grond van artikel 58j, eerste lid, onder a Wpg jo. Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen COVID-19 geldt de mondkapjesplicht voor personen van dertien jaren en ouder ook in een station, halteplaats, of een andere bij het openbaar vervoer behorende voorziening en de daarbij behorende perrons, trappen, tunnels en liften, met uitzondering van de daar gelegen besloten plaatsen. Handhavingslijn: Reizigers leven het gebod op het dragen van een mondkapje na op basis van eigen verantwoordelijkheid. Zorgdragen voor de handhaving van de regels geschiedt in eerste instantie door de vervoerder. De vervoerder spreekt de reizigers aan op het dragen van een mondkapje; enkel bij excessen (passagier die voertuig of andere bij het openbaar vervoer behorende voorziening niet wenst te verlaten en geen mondkapje wil dragen) zal de toezichthouder ter plaatse worden gevraagd. Primair zal de toezichthouder de passagier uit het voertuig verwijderen en in het uiterste geval wordt proces-verbaal opgemaakt o.g.v. artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie.8 De mondkapjesplicht voor reizigers in voertuigen/vaartuigen in het OV wordt gehandhaafd op grond van de Wpg. Dat laat onverlet dat er soms situaties kunnen zijn dat daarnaast nog reden kan zijn om te handhaven op grond van de Wet personenvervoer 2000 (WP2000) en Besluit Personenvervoer2000 (BP 2000). De BOA’s in het OV (domein IV) die zijn belast met de handhaving van de door de vervoerders genomen maatregelen kunnen nog steeds proces-verbaal opmaken op grond van artikel 72 WP200021 juncto artikel 52 BP 200022 indien sprake is van verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang en de aanwijzingen niet worden opgevolgd. 2.6.3Reservering ander bedrijfsmatig personenvervoer De aanbieder van ander bedrijfsmatig personenvervoer, met uitzondering van veerponten, dient er zorg voor te dragen dat personen alleen aan dat vervoer deelnemen indien: zij gereserveerd hebben; en bij aankomst een gezondheidscheck is uitgevoerd. Handhavingslijn: Aanbieders van bedrijfsmatig personenvervoer zijn verplicht te werken met reservering en dienen een gezondheidscheck uit te voeren; Bij overtreding hiervan, wordt door de burgemeester in overleg getreden met de aanbieder over de vervolgstappen. 2.6.4Zorgplicht vervoerder De aanbieder van voorzieningen voor openbaar vervoer en overig bedrijfsmatig personenvervoer heeft op grond van artikel 58k Wpg de plicht om zodanige voorzieningen te treffen dat de daar aanwezige personen de in de Wpg gestelde regels in acht kunnen nemen. Handhavingslijn: Vervoerders richten voorzieningen voor openbaar vervoer en overig bedrijfsmatig personenvervoer zodanig in en nemen daarmee samenhangende maatregelen zodat reizigers zich houden aan de in de Wpg gestelde regels; Bij overtreding van het verbod door de vervoerder, wordt door de burgemeester in overleg getreden met de vervoerder over de vervolgstappen. Beëindiging van personenvervoer geschiedt volgens artikel 58p, eerste lid, van de Wpg bij ministeriele regeling

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel