Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 2

Vergoeding voor de werkzaamheden

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden

1.. Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. 2.. Een lid van de raad dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Gemeentewet dan wel de rekenkamerfunctie, bedoeld in artikel 810a van de Gemeentewet, uitoefent, dan wel lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet, voor de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel de duur van de activiteiten per jaar wordt een toelage toegekend tot en hoogste 5% van de vergoeding voor de werkzaamheden op jaarbasis. Voor de toepassing hiervan stelt de burgemeester de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel de duur van de activiteiten vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel