**1..** Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies een vergoeding tot een maximum dat gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 13 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.
**2..** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 84 lid 2 van de Gemeentewet ontvangt.
**3..** Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie
**a..** als raadslid of wethouder;
**b..** uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;
**c..** als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.
Hoofdstuk IV
Artikel 26
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden