Naar hoofdinhoud
1.. Vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan het jaar of de jaren waarvoor subsidie wordt gevraagd, dient een instelling schriftelijk bij burgemeester en wethouders een aanvraag voor subsidie in, tenzij door burgemeester en wethouders een andere datum is aangegeven. 2.. Burgemeester en wethouders zenden de instelling onmiddellijk een bericht van ontvangst van de aanvraag. 3.. Bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag worden overlegd: een werkplan voor de periode waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft; een begroting van de geraamde inkomsten en uitgaven. De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien en vergeleken met de begroting van het lopende jaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar voorafgaande aan het lopende jaar; een inhoudelijk verslag van de in het laatste jaar of jaren uitgevoerde activiteiten met een beschrijving van de gevolgde werkwijze en het verkregen resultaat; een rekening van de inkomsten en uitgaven van het voorafgaande jaar, alsmede een balans naar de toestand aan het einde van het betreffende jaar; beide stukken voorzien van een duidelijke toelichting; een afschrift van statuten en reglementen van de instelling, als hierin wijzigingen zijn aangebracht. 4.. Bij een eerste subsidie-aanvraag legt een instelling, naast de stukken als bedoeld in het derde lid onder a., b. en c. tevens over: een afschrift van de oprichtingsakte, de statuten en reglementen van de instelling een afschrift van de statuten en/of reglementen als hierin wijzigingen zijn aangebracht; de laatst opgemaakte jaarrekening dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, als deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag; mededelingen inzake aanvragen van subsidies bij anderen, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen. 5.. a. De in het derde lid onder d en in het vierde lid onder b van dit artikel bedoelde stukken, dienen voorzien te zijn van een van een accountantsverklaring. Burgemeester en wethouders kunnen goedvinden dat de accountantsverklaring vervangen wordt door of in opdracht van het bestuur van de instelling verrichte controle van de administratie door een onafhankelijk van het bestuur opererende commissie bestaande uit tenminste twee leden. 6.. Burgemeester en wethouders kunnen: modellen geven voor de stukken bedoeld in het derde en vierde lid van dit artikel; voorschriften geven waaraan de werkplannen en de financiële stukken dienen te voldoen; binnen een door hen te bepalen termijn overlegging van andere stukken of anderszins nadere informatie verlangen, als zij dat voor de beoordeling van de subsidie-aanvraag nodig acht. 7.. Burgemeester en wethouders kunnen aan een instelling op verzoek toestaan de periode, waarop de stukken zoals bedoeld in het derde en vierde lid van dit artikel betrekking hebben, anders in te delen dan in kalenderjaren. 8.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van een of meer in dit artikel gestelde eisen als de naleving daarvan redelijkerwijs niet kan worden verlangd en/of daarmee geen aanwijsbaar belang is gediend.

Rechtspraak bij dit artikel