**1..** De subsidieverlening kan door burgemeester en wethouders geheel of gedeeltelijk geweigerd worden, als:
een instelling niet voldoet aan het bepaalde in artikel 3, 4 en/of 5 van deze verordening;
hiermee het maximaal beschikbare bedrag in het subsidieplafond wordt overschreden;
de activiteiten van een instelling niet passen binnen de beleidsregels die in het programma en/of daaraan gerelateerde specifieke beleidsnota's zijn opgenomen;
een instelling ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken.
**2..** De subsidieverlening kan voorts worden geweigerd als een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:
de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
een instelling niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
een instelling niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang kunnen zijn.
**3..** De subsidieverlening kan ook worden geweigerd als een instelling:
in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zouden hebben geleid, of
op het moment van subsidieverlening failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
Hoofdstuk VII
Artikel 31
(het weigeren van subsidies)
Onderdeel van Verordening regelende de algemene subsidiebepalingen en -voorwaarden voor subsidies aan welzijnsinstellingen 2003