Naar hoofdinhoud
1.. De raad bepaalt bij het vaststellen van de gemeentebegroting een subsidieplafond, zijnde het maximumbedrag waarmee in het daarop volgende kalenderjaar de subsidiëring conform deze verordening kan plaats vinden. 2.. Het betreffende plafond is in de gemeentebegroting onderverdeeld in deelplafonds voor specifieke beleidsvelden. 3.. Gedurende het jaar kan de raad een deelplafond door middel van een begrotingswijziging bijstellen. 4.. Daarnaast stelt de raad jaarlijks, ter uitwerking van de plafonds als bedoeld in lid twee en drie, een programma vast waarin wordt opgenomen: het overzicht van de voor het betreffende jaar ingediende subsidieaanvragen; de beleidsregels, die zullen worden toegepast bij de verdeling per beleidsveld van de subsidies over de instellingen, die voor het betreffende jaar subsidie hebben aangevraagd; de bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om onder voorwaarden een bedrag voor incidentele subsidies aan te wenden; de consequenties van subsidievermindering voor de instelling, aan wie gedurende het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan subsidie is verleend. 5.. Als de subsidieverdeling in het programma nadelige consequenties heeft voor de subsidieverlening aan een instelling die ook van andere gemeenten subsidies ontvangt, zal hierover door burgemeester en wethouders eerst overleg plaatsvinden met deze subsidiënten. De resultaten van dit overleg worden vermeld in het programma. 6.. Burgemeester en wethouders bieden jaarlijks, maar uiterlijk in de maand oktober voorafgaande aan het jaar waarop het programma betrekking heeft, een ontwerp voorzien van een toelichting ter vaststelling aan de raad aan. 7.. Voordat het programma door de raad wordt vastgesteld, vindt een openbare ter inzage legging van minimaal 4 weken plaats en worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld bij burgemeester en wethouders hun zienswijzen op of bedenkingen tegen het programma kenbaar te maken. 8.. Als de subsidieverdeling in het programma gewijzigd wordt als gevolg van de vaststelling van een gewijzigd subsidieplafond in de gemeentebegroting, kunnen burgemeester en wethouders de beleidsregels voor de subsidieverdeling wijzigen, als deze mogelijkheid in het voorstel van het programma als zodanig is aangegeven. Burgemeester en wethouders zijn daarbij wel gehouden aan de overige bepalingen van deze verordening. 9.. Eenmaal in de vier jaar wordt in het programma een verslag opgenomen over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidieverlening overeenkomstig deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel